DEEL 3: OPEN ARCHIEVEN

‘Openbaarheid scheidt de bouwers van de knoeiers.’

(voormalige algemeen rijksarchivaris Ton Ribberink)
Abstracte illustratie van een iemand die voor een groot boek staat waar licht uit straalt

In 1826 besloot koning Willem I dat alle bronnen die van belang waren voor de Nederlandse geschiedenis moesten worden opgespoord, onderzocht en ‘voor het voetlicht gebracht’. Zijn nieuwe Koninkrijk der Verenigde Nederlanden (het huidige Nederland en België) moest één geschiedenis krijgen waarop een gezamenlijke toekomst kon worden gebouwd. De oproep van de koning gaf een impuls aan de geschiedschrijving én archiefinstellingen, maar leidde ook tot zorgen. Het schrijven van geschiedenis was belangrijk en de archieven moesten daarvoor beschikbaar gesteld worden, maar een veilige bewaring was net zo belangrijk.

Om beschadiging en diefstal te voorkomen, werden de rechten en plichten van gebruikers van de archieven in 1829 voor het eerst geregeld in een besluit van de minister van Binnenlandse Zaken. Deze legde in het eerste artikel van dit eerste archiefreglement de toegang van archieven voor ‘geschiedkundige nasporingen’ vast. Hiermee werd de basis gelegd voor de openbaarheid van de Nederlandse overheidsarchieven (Groffen en Van de Kamp, 2022). Maar dan wel uitsluitend voor historisch onderzoek.

Het duurde nog bijna een eeuw voordat Nederland een echte Archiefwet kreeg. De openbaarheid van de archieven werd geregeld in het eerste artikel van de wet: alle archieven en andere bescheiden die in de archiefbewaarplaatsen berusten, waren in principe openbaar. Voor archieven die nog niet waren overgebracht, werd niets vastgelegd. De Archiefwet uit 1918 is de eerste Nederlandse openbaarheidswet. De openbaarheid gold voor overgebrachte archieven. In 1962 was er een tijdslot van 50 jaar, in 1995 werd deze verkort tot 20 jaar en onder de nieuwe Archiefwet geldt een overbrengingstermijn van 10 jaar na creatie van de informatie.

Goed archiefbeheer en open archieven hebben aanzienlijke maatschappelijke waarde. Waar actuele open data en Wob/Woo-verzoeken vooral gaan over hedendaagse informatie, vormen archieven de schatkamers van onze historische overheidsinformatie. Ze zorgen voor een collectief geheugen en leveren onmisbare bouwstenen voor verantwoording, rechtszekerheid en identiteit. De archieven van de overheid – denk aan documenten, foto’s, verslagen die soms eeuwen overspannen – stellen ons in staat om te weten wat er is gebeurd, waarom beslissingen zijn genomen en wie erbij betrokken waren.

De overheid maakt en ontvangt elke dag miljoenen informatieobjecten. Nadat deze voor hun oorspronkelijke doel zijn gebruikt, kunnen ze na verloop van tijd onbruikbaar worden. Bijvoorbeeld omdat ze onvindbaar of onleesbaar zijn. Dat is zonde, want veel van deze informatie kan nog van waarde zijn voor toekomstig gebruik.

DEMOCRATISCHE VERANTWOORDING EN CONTROLE

Archieven borgen dat de overheid ook op lange termijn rekenschap kan afleggen. Informatie over besluitvorming wordt niet weggegooid als de eerste actualiteitswaarde voorbij is, maar duurzaam bewaard. Hierdoor kunnen parlement, journalisten en historici jaren later nog steeds nagaan wat de overheid heeft gedaan en of dat correct was. Voorbeelden van vragen die door belanghebbenden kunnen worden gesteld aan overheidsorganisaties: Welke afwegingen zijn er gemaakt? Zijn er experts geraadpleegd? Wat was hun advies? Wat is daarmee gedaan? Zijn er zienswijzen op een plan ingediend? Wat is daarmee gedaan, of niet? En waarom? Waren er alternatieve scenario’s? Zo ja, waarom is dan voor een bepaald scenario gekozen? Hoeveel geld gaat het nieuwe beleid kosten, of opleveren? De lange lijnen van gegevens zijn belangrijk om een beter inzicht te krijgen in de patronen en verbanden. Het biedt ook zicht op de knoppen om aan te draaien voor het veranderen van beleid.

“Transparantie is meer dan alleen maar het beschikbaar stellen van documenten. Transparantie bevat ook uitleg hoe en in welke context een bepaald document gevormd of tot stand gekomen is.”

(Charles Jeurgens, hoogleraar Archiefwetenschap)

Kortom, archieven maken doorlichting en parlementaire enquête mogelijk, zelfs lang na de feiten, en vormen zo een essentieel sluitstuk van democratische controle.

Pentagon Papers. Uit de onthulling van de Pentagon papers bleek dat vier achtereenvolgende regeringen met een beroep op de nationale veiligheid op eigen houtje de oorlog in Vietnam hadden uitgebreid, en ook operaties tegen Laos en Cambodja waren begonnen. Openlijk stelde Nixon een einde te willen maken aan de oorlog in Vietnam; achter de schermen continueerde hij agressieve offensieven in allerlei nieuwe landen. De reactie van het Amerikaanse Congres op de onthullingen was dodelijk voor de handhavers van de nationale veiligheid. In 1973 verbood het Congres de president om op eigen houtje een oorlog te verklaren, en beval dat voor elke oorlogshandeling het Witte Huis toestemming moet vragen aan het Congres.

Soms bieden particuliere archieven een waardevolle aanvulling op de ‘officiële geschiedschrijving’. Zo was er in Noord-Holland een actiegroep ‘De Kwade Zwaan’, die zich verzette tegen dijkverzwaringen rond het IJsselmeer. Het Waterlands Archief zag hun documenten als een waardevolle aanvulling op de archieven van de officiële overheidsdiensten. Zo kan ook de ‘tegenstem’ door toekomstige generaties gehoord worden.

RECHTSZEKERHEID VOOR BURGERS

Veel mensen hebben op enig moment oude overheidsinformatie nodig om hun rechten te kunnen aantonen. Archieven vervullen hier een sleutelrol. De basisregistraties van de archieven zijn de ruggengraat van het archief. Denk hierbij aan het bevolkingsregister, handelsregister, kadaster of de notariële akten. Zo kunnen historische kadastergegevens uit archieven bewijzen waar een grens of recht van overpad ligt. In juridische procedures duiken geregeld archiefstukken op als bewijs – denk aan een oud bestemmingsplan of vergunning in een bouwzaak.

Een treffend voorbeeld is dat gedupeerden in de toeslagenaffaire hun archiefdossier gebruikten om te bewijzen dat ze onrechtmatig waren behandeld. Zonder dat dossier was hun zaak lastiger te onderbouwen. Ook sociale rechten hangen soms af van archieven: een ouder bewijsstuk (bijvoorbeeld een brief of webpagina) kan aantonen dat iemand wél recht had op een uitkering of subsidie volgens de toen geldende regels. Dit soort archiefbewijzen helpen burgers dus om hun gelijk te halen en voorkomen willekeur. Ze geven ook bedrijven zekerheid: contracten, vergunningen en inschrijvingen in archieven verschaffen duidelijkheid over juridische posities door de tijd.

HERSTEL VAN HISTORISCH ONRECHT EN COLLECTIEVE VERWERKING

Archieven zijn vaak de bron voor waarheidsvinding bij historische misstanden. Een bekend geval is de dekolonisatie-oorlog in Indonesië (1945-1949). Lang lagen details over excessief geweld door Nederlandse militairen begraven in de archieven. Historisch onderzoek – mogelijk gemaakt door openstelling van militaire archieven – heeft aan het licht gebracht dat op veel grotere schaal oorlogsmisdaden plaatsvonden dan decennia lang officieel erkend is. Dit heeft geleid tot spraakmakende rechtszaken (zoals die over het bloedbad in Rawagede) en uiteindelijk tot officiële excuses van de Nederlandse regering in 2022 voor structureel geweld in die periode.

Hier zien we archieven als motor van gerechtigheid: zonder oude verslagen, dagrapporten en memoires was dat eerherstel voor slachtoffers en nabestaanden wellicht nooit gekomen. Archieven kunnen daarmee bijdragen aan het verwerken van collectieve trauma’s en rouw, zeker en vooral als het om pijnlijke en tragische gebeurtenissen gaat die eindelijk in het juiste licht kunnen worden gezet. Met behulp van bijvoorbeeld het Centraal Archief van de Bijzondere Rechtspleging (CABR) kunnen wonden worden opengehaald, maar kan er ook een proces van verwerking optreden.

Een ander voorbeeld betreft het slavernijverleden. Documenten over de trans-Atlantische slavenhandel en plantageregisters – eeuwenoude archieven – laten duidelijk de rol van Nederland zien in dit verleden. Mede door die open historische bronnen is er nu een breder maatschappelijk besef en is in 2023 formeel excuses gemaakt voor de slavernij. Archieven doen op die manier recht aan mensen en hun families: ze geven erkenning aan wat hun is aangedaan, en leveren feiten voor compensatie of excuses. Ze helpen ook bij het proces van collectieve verwerking.

De Puttense moordzaak. Soms worden politiearchieven heropend bij het herzien van gerechtelijke dwalingen. Een treffend geval is de zogenoemde Puttense moordzaak, waarin decennia oude politiearchiefstukken en nieuw DNA- onderzoek leidden tot de vrijspraak van eerder veroordeelden. Zonder archiefstukken was herziening niet mogelijk geweest. Dit toont aan: archieven leveren de bouwstenen voor waarheidsvinding en rechtzetting, zelfs als dat pas na tientallen jaren speelt.

ONDERSTEUNING VAN WETENSCHAP EN KENNISONTWIKKELING

Overheidsarchieven bevatten een schat aan gegevens voor onderzoekers. Historici, sociaal wetenschappers, juristen en anderen benutten archieven om patronen te doorgronden en lessen te trekken voor de toekomst. Tijdens de coronapandemie is bijvoorbeeld al begonnen met het archiveren van alle relevante documentatie, zodat later kan worden bestudeerd welke aanpak werkte en welke niet. Daarnaast maken archieven soms zeer concrete wetenschappelijke ontdekkingen mogelijk. In de scheepsjournalen van de 17e eeuw moesten zeelieden verplicht informatie bijhouden over de positie, windrichting, windkracht en temperatuur. Dat is nu interessant vanuit het perspectief van klimaatonderzoek en het begrijpen van langetermijncycli.

Goldin kreeg in 2023 de Nobelprijs voor de Economie voor haar onderzoek naar de loonkloof tussen mannen en vrouwen, waarbij ze twee eeuwen aan historische gegevens analyseerde om deze ongelijkheid te verklaren.

Archieven fungeren kortom als de ruwe data voor historisch en wetenschappelijk onderzoek, wat de samenleving op termijn ten goede komt (denk aan beter begrip van pandemieën, economische crises, cultuurontwikkelingen, etc.).

BEHOUD VAN CULTUUR EN IDENTITEIT

Overheidsarchieven bevatten ook stukken die voor groepen of individuen van grote emotionele of culturele waarde zijn. Indertijd vastgelegde informatie kan een waardevolle getuigenis van geschiedenis en identiteit vormen. Mensen gebruiken archieven bijvoorbeeld om hun familiegeschiedenis te ontrafelen (stamboomonderzoek via bevolkingsregisters, huwelijksakten en emigratiedossiers). Dit helpt hen zichzelf in de tijd te plaatsen en verbanden te leggen met het heden.

Nederland is rijk aan cultureel erfgoed waarin je de geschiedenis van onze samenleving door de eeuwen heen terugvindt. Het laat zien waar we vandaan komen en is een bron van verhalen over onszelf en onze omgeving. Het is daarom van belang dat erfgoed beschikbaar is voor een zo breed mogelijk publiek. Erfgoed heeft een verbindende werking. Het brengt mensen en bronnen samen en zorgt voor vertrouwdheid in een snel veranderende omgeving. Het heeft ook een educatieve functie en is een bron van inspiratie voor cultuurmakers. Visualisaties laten zien hoe hun omgeving er vroeger uitzag. Digitalisering maakt het mogelijk om nieuwe verhalen over een stad te vertellen.

Een project over de Joodse wijk in Amsterdam combineert data uit archieven en musea tot een interactieve ervaring. Zo ontdekken toeristen en bewoners onbekende of vergeten delen van de stadsgeschiedenis (SEO, 2025). Bijna iedere gemeente heeft wel een historische vereniging. Soms zijn het bijna professionele gezelschappen die studies uitvoeren in eigen beheer, in andere gevallen zijn het enkele vrijwilligers die af en toe een wandeling organiseren. Deze historische verenigingen doen vaak een beroep op het regionaal archief.

Ook voor gemeenschappen en minderheden kunnen archieven een bron van erkenning zijn. Zo zullen archiefstukken over de Molukse treinkapingen in de jaren ’70 of de Surinaamse onafhankelijkheid voor nazaten van direct betrokkenen van onschatbare waarde zijn om te begrijpen wat hun (voor)ouders hebben meegemaakt.

Bovendien dragen archieven bij aan cultureel erfgoed: stukken als de Grondwet, oude kaarten, foto’s van verzetshelden in WOII – ze zijn onderdeel van ons nationaal verhaal en worden in archieven bewaard voor toekomstige generaties. De populariteit van programma’s als Andere Tijden en Verborgen Verleden laten zien dat er veel belangstelling is voor het verleden. Archieven houden het verleden levend en zorgen ervoor dat belangrijke gebeurtenissen en mensen niet vergeten worden.

“Bekendheid met de eigen voorgeschiedenis en eventueel contact met biologische verwanten is belangrijk voor zowel afstandskinderen als afstandsouders, adoptieouders en naasten. De verbinding met de eigen wortels is van fundamenteel belang in iemands levensloop.”

(Commissie onderzoek Binnenlandse Afstand en Adoptie)

NATIONAAL ARCHIEF

Het Nationaal Archief (NA) beheert de archieven van de rijksoverheid en archieven van maatschappelijke organisaties en individuele personen die van nationaal belang zijn (geweest). In de depots ligt bijna duizend jaar geschiedenis van Nederland opgeslagen in archieven, kaarten, tekeningen en foto’s. Het Nationaal Archief benoemt het belang van duurzame toegankelijkheid vanuit drie invalshoeken: Publieke waarde, Legitimiteit en Organisatie.

Schematische weergave van de waarde van duurzame toegankelijkheid (DUTO) in een driehoek, met de drie invalshoeken (publieke waarde, legitimiteit en organisatie) op de punten van de driehoek. Deze worden gekoppeld aan (respectievelijk) een open en transparante overheid, een efficient en effectief presterende overheid, en een betrouwbare overheid die veilig, verantwoord en herleidbaar handelt. Tot slot staan op de drie assen de kernwoorden vertrouwen, rechtmatig, en diensten en producten.

GEBRUIK NATIONAAL ARCHIEF

In 2024 hebben er 7.232 personen in totaal 91.808 archiefstukken gereserveerd om in te zien in de studiezaal. Het meest geraadpleegde archief op de studiezaal is het Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging (CABR). In het CABR is informatie opgenomen over personen die na de Tweede Wereldoorlog zijn onderzocht op collaboratie. Het archief wordt vooral geraadpleegd door onderzoekers, journalisten en mensen die op zoek zijn naar meer informatie over wat hun voorouders meemaakten in de oorlog.

Daarnaast is het BVD-archief populair. 3 De Binnenlandse Veiligheidsdienst is de voorganger van de AIVD. Dit wordt geraadpleegd door mensen die vermoeden dat ze door de dienst in de gaten worden gehouden en door journalisten die onderzoek doen. De archieven over Staat van Dienst worden veel geraadpleegd door personen die op zoek zijn naar wat hun familieleden mee hebben gemaakt tijdens hun dienst. Het archief bestaat uit verslagen van hun diensttijd. Het archief van Stichting Nederlands Kunstbezit (SNK) bevat veel gegevens over Roofkunst tijdens WOII, dit archief wordt vooral door onderzoekers geraadpleegd. Ook de archieven van de Ministerraad worden relatief veel geraadpleegd. De laatste tijd is er steeds meer vraag naar beelden van vroeger. Mensen willen weten hoe hun straat of dorp er 100 jaar geleden uit zag. Archiefonderzoek wordt regelmatig ook gebruikt als journalistiek hulpmiddel. Een voorbeeld is de onthulling dat Nederlandse bedrijven jarenlang een prominent klimaatscepticus financierden.

BEREIK DIGITALE ARCHIEFSTUKKEN

Het bereik online is veel groter dan in de studiezaal. In 2024 werd de website van het Nationaal Archief 2,9 miljoen keer bekeken, met bijna 1.5 miljoen paginaweergaven van scans digitale archiefstukken).

Grafiek: Aantal paginaweergaven van scans digitale archiefstukken, in miljoenen

MEEST GERAADPLEEGDE DIGITALE ARCHIEFSTUKKEN

In november 2023 zijn scans van het arbeidsinzetarchief op de website gepubliceerd. In dit archief is informatie te vinden over Nederlanders die tijdens de oorlog naar Duitsland werden gestuurd om er te werken. Dit is toen ook breed opgepakt door de media en resulteerde in veel paginaweergaven.

Onder andere de archieven van de Burgerlijke stand Suriname kunnen gebruikt worden voor voorouderonderzoek en slavernijverleden waardoor mensen meer te weten kunnen komen over waar hun voorouders vandaan kwamen.

De archieven over doopboeken worden gebruikt door mensen voor stamboekonderzoek.

Nieuwe onderwerpen zijn de IND vreemdelingendossiers over de achtergronden van immigranten en Adoptie & Voogdij. Dit zijn beide onderwerpen die veel impact hebben op iemands leven.

Door het inzien van een archief van Adoptie & Voogdij kan iemand mogelijk te weten komen wie zijn/haar ouders waren en eventueel onder welke omstandigheden de ter adoptie legging heeft plaatsgevonden (het waarom).

Archief Titel Paginaweergaven
2.19.323 Inventaris van het archief van het Nederlandse Rode Kruis – Arbeidsinzet 239.627
2.19.255.01 Plaatsingslijst persoonsdossiers Oorlogsgravenstichting 120.399
2.10.50 Inventaris van het archief van het Ministerie van Koloniën: stamboeken en pensioenregisters van het leger in Oost-Indië (KNIL) en van de troepenmacht in West-Indië, 1815–1951 (1954) 74.192
2.10.19.01 Inventaris van het archief duplicaat van het archief van de Samensteller van de Eerste Algemene Volkstelling in Suriname, (1838) 1921 (1924) 72.911
1.04.02 Inventaris van het archief van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), 1602–1795 (1811) 68.665
2.10.61 Inventaris van de digitale duplicaten van de Burgerlijke Stand Suriname 48.364
3.04.18.01 Inventaris van de collectie districtappers op de doopboeken in de provincie Zuid-Holland, 1695–1812 47.706
2.02.32 Inventaris van het archief van de Kanselarij der Nederlandse Orden, 1815–1994 39.768
2.13.09 Inventaris van het archief van het Ministerie van Oorlog: Stamboeken van Onderofficieren en Minderen van de Landmacht, 1813–1924 39.470
2.10.50.03 Inventaris van het archief van de Stichting Administratie Indische Pensioenen (SAIP), Stamboekgegevens KNIL-militairen, met Japanse interneringskaarten, 1942–1996 34.712
4.MST Inventaris van de bouwtekeningen van schepen van de Nederlandse Marine, 1683–1996 30.805
2.13.04 Inventaris van de dienststaten en stamboeken der Officieren van de Koninklijke Landmacht en van de koloniale troepen in Nederland, (1750) 1814–1945 (1964) 18.510
2.01.15 Inventaris van de stamboeken, naamregisters, conduite- en pensioenstaten van officieren, onderofficieren en minderen der Landmacht, ca. 1795–1813 16.061

DIGITALISERING

Archieven zijn tegenwoordig steeds meer gedigitaliseerd en openbaar doorzoekbaar. Dit verlaagt de drempel voor burgers en onderzoekers om informatie te vinden. Open archieven sluiten aan bij het principe van een open overheid: immers, transparantie moet niet ophouden bij de termijn van actieve informatie, maar geldt ook retroactief. De Archiefwet schrijft voor dat overheden hun archiefbescheiden na verloop van tijd openbaar maken (veelal na 20 jaar, sommige gevoelige zaken na 75 jaar). Hoewel hier soms beperkingen op rusten (bijvoorbeeld ter bescherming van privacy van nog levende personen), is het uitgangspunt dat uiteindelijk vrijwel alle overheidsinformatie voor iedereen toegankelijk wordt. Dit is in een democratie van grote waarde: het verhindert dat men de geschiedenis kan herschrijven of zaken kan wegmoffelen – er is altijd een archiefkopie die het originele besluit of de context laat zien.

Delpher is een online platform waar miljoenen gedigitaliseerde historische kranten, boeken en tijdschriften uit Nederland toegankelijk zijn. Het platform wordt beheerd door de Koninklijke Bibliotheek en biedt gratis toegang tot deze rijke verzameling van teksten. Delpher bereikt een breed publiek, van wetenschappers tot hobbyisten. Een groep brei- en haakliefhebbers gebruikt Delpher om historische patronen uit oude edities van Libelle te vinden. Door de mogelijkheid om gericht te zoeken binnen teksten wordt het platform waardevol voor uiteenlopende doelgroepen. Eigen onderzoek van de Koninklijke Bibliotheek laat zien dat in 2023 ongeveer 5 procent van alle Nederlanders Delpher heeft bezocht (KB, 2024), met een mix van incidentele en intensieve gebruikers.

Het is goed te beseffen dat data vooral geraadpleegd wordt via interfaces. Via een API of RPA of LLM of chatbot wordt informatie verzameld en op maat gesneden voor de gebruiker. Kunstmatige intelligentie (AI) biedt nieuwe kansen voor archiefonderzoek omdat het bij uitstek geschikt is om patronen te herkennen die voor het menselijk oog onzichtbaar blijven. Zo kan AI overeenkomsten opsporen in taalgebruik, gebeurtenissen of thema’s die verspreid liggen over duizenden documenten, zelfs als die documenten afkomstig zijn uit verschillende periodes of contexten.

REGIONALE ARCHIEVEN BOUWVERGUNNINGEN

Een veel geraadpleegde bron bij archieven zijn de bouwvergunningen. Soms zijn het bewoners die meer willen weten over de geschiedenis van hun huis, soms zijn het aannemers die op zoek zijn naar bouwtekeningen, het onderliggende palenplan of andere technische berekeningen en in andere gevallen is het de gemeente die wil weten wat er eerder voor kaders en randvoorwaarden zijn gesteld bij een vergunning. Gemeenten vragen ook vaak ruimtelijke plannen op. Soms zijn het ook notarissen die een beroep doen op het archief om precieze informatie te krijgen over perceelgrenzen of zakelijke rechten zoals het recht van overpad, of op zoek zijn naar een overlijdensakte. Ook is er veel belangstelling voor het bodeminformatieloket om inzicht te krijgen in de bodemverontreiniging, grondwater verontreiniging en de daarbij behorende gezondheidsrisico’s op een specifieke locatie, of over inklinking en de gebruikte fundering van panden. Deze informatie is om te rekenen in harde euro’s, namelijk de kosten om genoemde bouwtekeningen opnieuw te laten maken.

RENOVATIE KADES AMSTERDAM

In Amsterdam stonden een aantal jaren terug een aantal kades en bruggen bijna op instorten. De informatiehuishouding met de relevante bouwtekeningen en constructieberekeningen bleek niet op orde te zijn. Hierdoor moest de gemeente extra kosten maken om via duikers en metingen alsnog aan de benodigde informatie te komen. Indien archieven goed op orde en duurzaam toegankelijk zijn, kan besloten worden om onderhoud of renovatie later te laten plaatsvinden. In potentie leidt dit tot miljoenenbesparingen.

“In Rotterdam is er heel lang nauwelijks gesproken over het bombardement van 1940 en de razzia van 1944. Het gevoel was toch een beetje: niet omkijken, maar aan de slag met de wederopbouw. Dat leidde echter ook tot intergenerationele trauma’s, soms tot in de derde generatie. De openstelling en het gebruik van archieven kan dan een helende werking hebben. De baten van de openstelling van bijvoorbeeld het CABR zijn moeilijk in geld uit te drukken, maar het betekent echt heel veel voor mensen; het is letterlijk onbetaalbaar.”

Erika Hokke Stadsarchivaris Rotterdam

ONDERZOEK STADSARCHIEF UTRECHT

In Utrecht zijn er verschillende onderzoeken geweest waarbij gebruik werd gemaakt van de archieven. Zo is er onderzoek gedaan naar de omgang met Joodse bezittingen ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, de uitsluiting van homoseksuelen als ambtenaar, de wijze waarop Roma en Sinti zijn behandeld, of het onderzoek van de Commissie Deetman naar misbruik in de katholieke kerk. Binnenkort komt onderzoek beschikbaar over de terugkeer van 100.000 repatrianten uit Nederlands Indië; dat zal naar verwachting ook veel belangstelling oproepen.

“Een archief is het betrouwbaar geheugen van de overheid. Vertrouwen is niet in geld uit te drukken, maar het is wel cruciaal.”

(Yvonne Welings, Stadsarchivaris Tilburg)

MEERWAARDE VAN TRANSPARANTIE EN ARCHIEVEN VOOR PARLEMENTAIR ONDERZOEK

Transparantie en een goed gebruik van archieven vormen een cruciaal fundament onder parlementaire onderzoeken en enquêtes. Het parlementaire enquêterecht geldt als het zwaarste middel van de Tweede Kamer om de waarheid boven tafel te krijgen. Door middel van openbare verhoren en het opvragen van alle relevante documenten kan via enquêtes diepgravend onderzoek gedaan worden. In de praktijk blijkt keer op keer dat toegang tot voorheen geheime informatie en archieven onmisbaar is voor waarheidsvinding. Onderstaande cases – voortgekomen uit parlementaire enquêtes of onderzoeken – illustreren de maatschappelijke baten van transparantie: ze brachten, dankzij ontsloten overheidsinformatie, verborgen misstanden aan het licht met grote impact op beleid, verantwoordingscultuur en vertrouwen in de overheid. De geraadpleegde stukken waren deels aanwezig in departementale archieven en deels bij het Nationaal Archief.

1RSV-SCHEEPSWERVEN (1984)

De parlementaire enquête naar het faillissement van scheepsbouwer RSV was een keerpunt in de politieke geschiedenis. Ondanks honderden miljoenen guldens overheidssteun ging RSV ten onder, en pas door de enquête werd de volle waarheid duidelijk. De commissie kreeg toegang tot interne overheidsarchieven en bedrijfsstukken en concludeerde dat minister Gijs van Aardenne destijds de Kamer onjuist had geïnformeerd over de verliezen bij RSV. Hoewel Van Aardenne niet formeel hoefde af te treden, raakte zijn reputatie onherstelbaar beschadigd; hij gold sindsdien als ‘aangeschoten wild’. De zaak-RSV onderstreepte de waarde van openheid: alleen door inzage in alle stukken kon het parlement vaststellen waar het toezicht had gefaald en wie politiek verantwoordelijk was. Deze transparantie had direct effect: het versterkte de controle op industriële subsidies nadien en liet zien dat ministers rekenschap moeten afleggen wanneer zij informatie achterhouden.

2IRT-AFFAIRE OPSPORINGSMETHODEN (1994–1996)

In de jaren ’90 bleek dat opsporingsdiensten zonder wettelijke grondslag zeer omstreden methoden hanteerden in de strijd tegen de drugscriminaliteit. Een speciale recherche-eenheid (IRT) liet bijvoorbeeld doelbewust grote partijen drugs door in een poging bendes op te rollen. Er was een parlementaire enquête voor nodig om alle feiten op tafel te krijgen. De enquêtecommissie-Van Traa kreeg inzage in politiedossiers en geheime verslagen en concludeerde dat er “bij de bestrijding van de georganiseerde misdaad veel mis was”. Onder verantwoordelijkheid van de overheid waren tienduizenden kilo’s drugs op de Nederlandse markt gekomen via deze undercovermethoden. Ook bleek dat de politie bevoegdheden inzette zonder wettelijke basis en dat verantwoordelijkheden diffuus waren. De politieke impact was groot: al vóór de enquête startte, traden de ministers van Justitie (Hirsch Ballin) en Binnenlandse Zaken (Van Thijn) af vanwege de onthullingen. Dankzij de openheid die de enquête afdwong – getuigen onder ede, volledige dossierinzage – werd het vertrouwen in de rechtstaat deels hersteld door duidelijke maatregelen: er kwamen nieuwe wetten die opsporingsbevoegdheden wettelijk verankerden en die zorgden voor strengere controle op politie-optreden, zodat zulke misstanden niet weer in het geheim konden ontstaan. Deze casus toont dat transparantie niet alleen de waarheid blootlegde, maar ook het leerproces in gang zette om toezicht en wetgeving te verbeteren.

3VLIEGRAMP BIJLMERMEER (1992, ENQUÊTE 1998)

Jarenlang hing er een waas van onzekerheid rond de Bijlmerramp: een vrachtjumbo van El Al stortte neer op flats in Amsterdam (43 doden), waarna omwonenden en hulpverleners onverklaarbare gezondheidsklachten kregen. Ondanks eerdere onderzoeken bleven cruciale vragen onbeantwoord, vooral over de lading van het vliegtuig en de gezondheidsrisico’s. Pas een parlementaire enquête zes jaar na de ramp kreeg toegang tot alle archieven en dwong openheid af bij betrokken instanties. De commissie ontdekte dat ambtenaren belangrijke informatie over de lading en afhandeling van de ramp hadden achtergehouden voor hun ministers. De Kamer was eerder meerdere malen onvolledig of onjuist geïnformeerd over de giftige stoffen aan boord en de nasleep. Dankzij de afgedwongen transparantie konden lessen worden getrokken: de overheid verbeterde nadien de rampenregistratie, informatievoorziening aan omwonenden en de omgang met gezondheidsklachten na rampen.

4BOUWFRAUDE-AFFAIRE (2001–2002)

Een televisiedocumentaire (Zembla) onthulde eind 2001 een grootschalig netwerk van fraude bij bouwprojecten: bouwbedrijven maakten verboden prijsafspraken, hielden er een zwarte kas op na en de staat betaalde daardoor al jaren te veel voor infrastructuurwerken. Deze misstanden werden pas echt goed onderzocht door de Parlementaire Enquête Bouwnijverheid. Dankzij een klokkenluider (Ad Bos) kreeg Justitie inzage in een geheime schaduwboekhouding van bouwbedrijf Koop Tjuchem, waarin jarenlang illegale onderlinge verrekeningen waren bijgehouden. Dit interne archief – aanvankelijk niet toegankelijk – bleek de sleutel tot de waarheid: het toonde aan dat aannemers elkaar compenseerden voor gemaakte offertekosten en daarmee feitelijk verboden kartels vormden. Uit het eindrapport bleek dat de overheid honderden miljoenen guldens te veel had betaald door deze praktijken. Vijf uur na publicatie van het rapport trad minister Korthals af. De bouwfraude-enquête had grote impact: justitie startte strafrechtelijke onderzoeken naar corrupte relaties tussen bouwers en ambtenaren en een aantal bouwmanagers werd vervolgd. Ook werden de regels voor aanbestedingen aangescherpt en kreeg de Mededingingsautoriteit meer tanden.

5VAL VAN SREBRENICA (1995, RAPPORT 2002)

Bij de val van de ‘veilige enclave’ Srebrenica in Bosnië werden ruim 8.000 moslimmannen vermoord. Het leidde tot diepgaand onderzoek naar de rol van de Nederlandse VN-missie (Dutchbat). Na onderzoek van het NIOD besloot de Kamer aanvullend tot een parlementaire enquête. De commissie kreeg toegang tot geclassificeerde militaire verslagen, diplomatieke telegrammen en beraadslagingen die jarenlang geheim waren gebleven. Hieruit bleek dat er geen worst-case-scenario of evacuatieplan bestond, voor het geval Srebrenica zou vallen. Dutchbat vertrok met een onduidelijk mandaat en met onvoldoende materieel naar een vrijwel onhoudbare missie en de politieke top had waarschuwingen van de legerleiding over de risico’s onvoldoende serieus genomen. De enquêtecommissie oordeelde dat Nederland weliswaar niet verantwoordelijk was voor de genocide zelf (die schuld ligt bij de Bosnisch-Servische daders), maar wel mede-verantwoordelijk voor het falen van de missie en het gebrek aan voorbereiding. Het onderzoek naar de val van Srebrenica leidde tot de val van het kabinet-Kok II. Het leverde ook belangrijke lessen op voor de toekomst: militaire missies kregen scherper omlijnde mandaten, er kwam meer oog voor de risico’s en noodscenario’s, en de relatie tussen politieke besluitvorming en militaire uitvoering werd kritisch tegen het licht gehouden.

Commissie Davids. De Commissie Davids – hoewel geen parlementaire commissie wel invloedrijk - deed onderzoek naar de besluitvorming over de steun van Nederland aan de oorlog in Irak. Zij kreeg inzage in de notulen en dossiers van het ministerie van Algemene Zaken, de AIVD en Buitenlandse Zaken. Pas door de openbreking van die geheimhouding werd duidelijk hoe slecht voorbereid en ondoordacht de toenmalige regering was omgegaan met steun aan een grondoorlog. Geheimhouding diende vooral de eigen reputatie, om te voorkomen dat publiek of parlement konden nagaan op basis van welk schaars materiaal en onder welke voorwendselen de oorlog in Irak politiek werd gesteund.

Davids, W. (2010)

6WONINGCORPORATIES-SCHANDALEN (2014)

Begin deze eeuw raakte de ooit zo degelijke sociale huursector in opspraak door een reeks schandalen bij woningcorporaties. De Tweede Kamer stelde een enquête in om twintig jaar aan incidenten en wanbeheer te onderzoeken, van de derivatenfuik bij Vestia tot dubieuze prestigeprojecten. In het rapport Ver van huis concludeerde zij dat ernstige systeemfouten en falend toezicht deze incidenten mogelijk maakten. Zo bleek corporatie Vestia bijna ten onder gegaan door risicovolle speculatie met derivaten, wat een gat van 2 miljard euro sloeg. Andere corporaties en de belastingbetaler moesten bijspringen. Wooncorporatie Rochdale kwam in het nieuws toen haar directeur zichzelf verrijkte (onder meer met een Maserati dienstauto) en Woonbron stak miljoenen gemeenschapsvermogen in de aankoop en renovatie van een oud cruiseschip (ss Rotterdam). Uit interne documenten bleek bovendien dat er een cultuur van zelfverrijking bij corporatiebestuurders was gegroeid, met exorbitante salarissen en bonussen. Het onderzoek leidde tot een wettelijke inkomensplafond voor corporatiebestuurders en beperkte de activiteiten van corporaties tot hun kerntaak (sociale huur).

7TOESLAGENAFFAIRE KINDEROPVANG (2012–2020)

Eén van de meest spraakmakende voorbeelden van de afgelopen jaren betreft het schandaal rond de kinderopvangtoeslag. Duizenden ouders werden onterecht als fraudeur bestempeld en kwamen in financiële en sociale ellende terecht doordat de Belastingdienst toeslagen terugvorderde op basis van draconische regels. Deze affaire kwam stap voor stap aan het licht dankzij vasthoudende Kamerleden en journalisten die met Wob-verzoeken interne stukken boven tafel kregen. Uiteindelijk stelde de Tweede Kamer een Parlementaire Ondervragingscommissie in (2020), waarvan het rapport Ongekend onrecht een vernietigend oordeel velde. Hierin werd geconcludeerd dat alle drie de staatsmachten hebben gefaald. Het kabinet en het parlement voerden wetten in met onevenredig harde sancties, de uitvoering heeft onrechtmatig gehandeld en de rechtspraak is tekortgeschoten in het bieden van bescherming aan mensen. Zo werd bekend dat ambtenaar Sandra Palmen al in 2017 in een intern memo waarschuwden voor “ongekend onrecht” tegenover ouders, maar dat dit stuk door de top was achtergehouden voor de Kamer. Mede door het blootleggen van zulke weggemoffelde documenten kon de waarheid niet langer ontkend worden. In januari 2021 bood het kabinet-Rutte III collectief zijn ontslag aan naar aanleiding van het vernietigende rapport. De overheid besloot gedupeerde ouders erkenning en compensatie te geven (een ruimhartige financiële tegemoetkoming en kwijtschelding van schulden. Het schandaal gaf een sterke impuls aan nieuwe transparantie-initiatieven, zoals het actief openbaar maken van beslisnota’s.

“Iets kan geheim worden gehouden, niet omdat het een gevaar voor de nationale veiligheid vormt, maar omdat overheden de neiging vertonen om alles te beschermen en te beveiligen wat hun eigen reputatie kan schaden. Het doel van de geheimhouding is dan dus reputatiemanagement, en niet waarborging van privacy, legitieme beleidsruimte, besluitvormingsreflectie of operationeel veiligheidsbeleid.”

Beatrice de Graaf (De Graaf, 2012)

Bovenstaande voorbeelden maken duidelijk dat openheid van informatie en goede archieven geen luxe zijn, maar randvoorwaarden voor democratische controle. Steeds weer zien we dat cruciale waarheden pas boven water komen als parlementaire onderzoekers toegang krijgen tot vertrouwelijke dossiers en getuigen onder ede kunnen spreken. Of het nu gaat om financieel wanbeheer, fraude, falend beleid of bestuurlijke missers – transparantie leidt tot erkenning van fouten, corrigeert onrecht en dwingt bestuurders tot verantwoordelijkheid. De maatschappelijke winst is zichtbaar in de vervolgstappen: na een onthulling volgen doorgaans hervormingen, aanscherping van toezicht, betere wetgeving of compensatie voor gedupeerden. Transparantie via parlementaire onderzoekstrajecten fungeert zo als breekijzer om ongezien onrecht aan het licht te brengen en als motor voor verbetering. Zonder transparantie en archieven die op orde zijn, zou veel “ongekend onrecht” onopgemerkt blijven; mét transparantie kunnen parlement en samenleving leren van fouten en zorgen dat beleid en bestuur worden bijgestuurd in het publieke belang.

Archieven zijn daarmee een belangrijke stille kracht achter een transparante en rechtvaardige samenleving. Ze zorgen ervoor dat informatie niet verdwijnt wanneer de actualiteit is verdwenen, maar beschikbaar blijft om lering te trekken, recht te doen en onze identiteit te begrijpen. De maatschappelijke baten zijn misschien minder zichtbaar op de korte termijn, maar manifesteren zich op de lange termijn in de vorm van collectieve kennis, verantwoording en een gezond democratisch geheugen.