“Information is power because it’s the substance of which decisions are made.”
(Etzioni 2010: 394)
In moderne democratieën is publieke verantwoording – of accountability – een fundament van legitiem bestuur. Overheden opereren namelijk met gedelegeerde macht: burgers dragen hun soevereiniteit over aan gekozen vertegenwoordigers, met de verwachting dat deze handelen in het publieke belang. Cruciaal daarbij is dat overheden zich verantwoorden voor hun handelen. Binnen zowel het Europese als het Nederlandse beleid rondom open overheid speelt accountability dan ook een sleutelrol. Het Open Government Partnership noemt het versterken van verantwoording als één van de centrale pijlers van open bestuur.
Voor het afleggen van verantwoording is het eerst nodig dat burgers geïnformeerd worden over besluitvormingsprocessen, procedures en prestaties. Dit kan gaan over de prestaties van overheidsdepartementen zelf, maar ook over andere instanties zoals scholen en ziekenhuizen. De overheid heeft namelijk de capaciteit en verantwoordelijkheid om op grote schaal informatie te verzamelen. Een transparante overheid maakt informatie openbaar over de begroting, maar ook over de totstandkoming van het budget, de kwaliteit en kwantiteit van de geleverde diensten en de uiteindelijke maatschappelijke resultaten.
TRANSPARANTIE EN ACCOUNTABILITYDe vraag is in hoeverre toegang tot open overheidsinformatie leidt tot verantwoording afleggen. Daarvoor moeten we eerst een werkbare definitie hebben voor accountability. Gaventa en McGee (2010) definiëren accountability als “het concept dat individuen, instanties en organisaties (publiek, privaat en maatschappelijk) verantwoordelijk worden gehouden voor het uitvoeren van hun bevoegdheden volgens een bepaalde norm.” Dit is dus nauw verbonden aan – en wordt gefaciliteerd door – transparantie.
Een onderliggend idee aan accountability is dat burgers de soevereiniteit overdragen aan gekozen vertegenwoordigers, zodat zij publieke taken kunnen uitvoeren en middelen (zoals belastingen) kunnen verdelen (Jelenic, 2019). Wanneer burgers toegang hebben tot overheidsinformatie, kan er op basis van het functioneren van de vertegenwoordigers overgegaan worden op beloningen of sancties. Accountability bestaat dus uit twee delen: aan de ene kant het vermogen om antwoorden te krijgen, en aan de andere kant het vermogen om sancties op te leggen (Fox, 2010). Accountability kan uiteindelijk een reinigende werking hebben, wat kan leiden tot een efficiënter overheidsfunctioneren en een verhoogde kwaliteit van publieke service.
Van transparantie gaat niet alleen een reinigende, maar ook vaak een preventieve werking uit. Omdat bonnetjes om kosten te declareren steeds vaker openbaar worden gemaakt, zijn bestuurders en topambtenaren eerder geneigd tot zuinig declaratiegedrag. Ook zijn instituties soms dankbaar voor het feit dat NGO’s of journalisten de vinger op de zere plek leggen. Bij een Woo- verzoek over de handhaving bij een bedrijf dat de wet overtrad, kreeg de betrokken NGO een dankbrief van de NVWA met de mededeling dat de handhaving per direct werd ingezet.
In de internationale wetenschappelijke literatuur is betrekkelijk weinig empirisch onderzoek te vinden naar de maatschappelijke baten van transparantie. Een interessant onderzoek is dat van James Hamilton, die op basis van meer dan 12.000 journalistieke inzendingen liet zien dat onderzoeksjournalistiek publieke verantwoording versterkt. Een recente Nederlandse masterscriptie (P. van Iersel, zie ook oratie Nikki Sterkenburg, 2025) naar 30 inzendingen voor De Loep in 2023 bevestigt dit. Deze publicaties leidden tot 21 publieke debatten, 10 ontslagen, vier aftredingen en één strafzaak. Daarnaast was er sprake van substantiële inhoudelijke gevolgen: 17 aanvullende onderzoeken, 8 beleidsaanpassingen, 6 aangenomen moties en 4 wetsvoorstellen. Dit wijst op concrete democratische en maatschappelijke impact van transparantie.
Het meeste onderzoek op macroniveau richt zich op de vraag “wat maakt de overheid transparanter?” – terwijl veel minder artikelen onderzoeken wat de opbrengsten van overheidstransparantie zijn. Enkele artikelen richten zich specifiek op de druk en verwachtingen van burgers en deze artikelen tonen consistent aan dat bewustzijn en druk van burgers transparantie stimuleren. Een onderzoek onder informatiecommissarissen is hierbij ook relevant. “Het verbeteren van de prestaties van de overheid bleek het meest te profiteren van transparantiebeleid. De gegevens lijken de algemene aannames over transparantie te bevestigen: het versterkt de institutionele efficiëntie, het vertrouwen van burgers en de participatie, en vermindert tegelijkertijd corruptie.” (Mabillard 2019: 23-24).
Volgens Pozen is er nog veel werk nodig met betrekking tot de voorwaarden waaronder bepaalde vormen van niet-transparantie, of gedeeltelijke transparantie, gerechtvaardigd zijn. Bijvoorbeeld, wanneer is openbaarmaking achteraf (in plaats van ex ante of real-time) voldoende? Wanneer zijn samenvattingen op hoog niveau (in plaats van volledige transcripties) voldoende? Wanneer is openbaarmaking aan een toezichthoudende instantie (in plaats van aan het grote publiek) voldoende? (Pozen 2020).
Porumbescu et al constateren dat er veel onderzoek is gedaan naar transparantie op het gebied van wetgeving en instituties. Op meso- en macroniveau worden overheidsactoren vaak als centraal onderzoekspunt genomen. “Deze informatie bereikt burgers en andere belanghebbenden echter mogelijk helemaal niet: informatie wordt mogelijk niet gelezen, begrepen en verwerkt. Dit is waar onderzoek op microniveau belangrijke inzichten kan bieden: het zal helpen aantonen welk soort transparantie daadwerkelijk effectief is.” Deze observatie bevestigt de noodzaak om transparantie te begrijpen als een proces van informatieverstrekking en -gebruik. (Porumbescu et al., 2022).
In 2018 berekenden Ecorys en PBLQ voor het ministerie van BZK de maatschappelijke baten van de Woo. Zij onderscheiden drie hoofdvoordelen: beter beleid, betere dienstverlening en betere toegankelijkheid van overheidsinformatie. Naast deze kwalitatieve winst verwachten de onderzoekers aanzienlijke efficiencyvoordelen doordat ambtenaren documenten sneller kunnen vinden. Een besparing van vier minuten per document volstaat om de kosten terug te verdienen; bij circa 12 miljoen zoekacties per jaar levert dit naar schatting €50 miljoen per jaar op aan tijds- en efficiëntiewinst.
Als onderdeel van achtergrondonderzoek voor dit rapport hebben we een reeks interviews gehouden met 10 journalisten. Open overheidsinformatie kan ervoor zorgen dat journalisten goed hun werk kunnen doen en op deze manier waarde kunnen creëren voor de gehele maatschappij. In elk interview kwam een essentieel punt naar voren: namelijk de controlerende rol van de journalistiek tegenover de overheid. Met berichtgeving over de totstandkoming van beleid kan niet alles meer achter gesloten deuren gebeuren, wat uiteindelijk een reinigende werking heeft. Ook leidt het tot Kamer- en Raadsvragen, én een actievere maatschappij. Burgers worden namelijk gestimuleerd om deel te nemen aan het debat. De grotere mate van participatie leidt tot meer verantwoording en uiteindelijk tot een sterkere en betere overheid.
Uit de interviews komt ook naar voren dat open overheidsinformatie bijdraagt aan kwaliteitsjournalistiek. De journalisten geven in de interviews aan dat niet alle informatie belangrijk is, maar dat zij vinden dat de afweging of informatie wel of niet relevant is bij de journalist moet liggen. Meer informatie geeft een betere context en nuance in situaties en zal hierdoor leiden tot meer inzicht in besluitvormingsprocessen. Het leidt ook tot een op feiten gebaseerde journalistiek. Dit is belangrijk, omdat de mening van de maatschappij veelal beïnvloed wordt door journalisten. Voor een gezonde democratie is het essentieel om desinformatie tegen te gaan.
Verschillende studies tonen aan dat landen met een grotere mate van persvrijheid aanzienlijk minder incidenten hebben van omkoping waarbij overheidsfunctionarissen betrokken zijn en dat een vrije pers wordt geassocieerd met een vermindering van incidenten van corruptie. Zo toont een onderzoek door Freedom House (2014) in Turkije aan dat een vrije pers essentieel is voor accountability en dat corruptie gedijt in een maatschappij waar de media gecontroleerd wordt of onder druk staat. De reden is dat de kans dat corruptie aan het licht komt groter wordt met een grotere mate van persvrijheid, waardoor de potentiële “kosten” van corruptie voor politici en ambtenaren vergroot worden ten opzichte van de potentiële baten.
Een onderzoek in Mexico van Larreguy, Marshall en Snyder (2020) bestudeerde de prestaties van infrastructuursubsidies die gericht waren op de armen. Het onderzoek wijst uit dat slecht presterende politici gestraft werden wanneer kiezers informatie kregen over het gebruik en de resultaten van de fondsen. Dit gebeurde echter alleen in gebieden waar lokale media actief waren.
De rol van journalisten als intermediairen is daarmee cruciaal om de baten van open overheidsinformatie te kunnen oogsten. Een groot deel van het empirisch onderzoek naar een mogelijke correlatie tussen open overheidsinformatie en accountability focust zich op mediërende factoren die hierin een rol spelen. Een praktijkvoorbeeld maakt dit duidelijk:
"Een journalist doet een Woo-verzoek over een bepaalde kwestie. Op basis van de informatie die daarover verschijnt, schrijft de journalist een artikel. Soms nemen andere kranten het over. Een raadslid of Kamerlid stelt vragen aan de betrokken bestuurder. En daarna worden pas maatregelen genomen. Het is dus vaak een samenspel tussen transparantie, journalistiek en volksvertegenwoordiger waardoor een kwestie op de agenda wordt gezet of een misstand wordt beëindigd. Transparantie draagt bij aan hoogwaardige berichtgeving in de media, wat op zijn beurt leidt tot beter bestuur, wat uiteindelijk de kwaliteit van het leven verbetert."
(Michener, 2019)Er lijkt een verband te zijn tussen transparantie en vertrouwen. Dit blijkt onder andere uit een recent OECD onderzoek (2024, “trust in government”). Hierin wordt geconstateerd dat een dalend vertrouwen nauw samenhangt met twijfels over de transparantie, verantwoordingsbereidheid en responsiviteit van overheden. Burgers die wel ervaren dat een overheid informatie op een transparante manier deelt hebben aanzienlijk meer vertrouwen in publieke instituties.
Crepaz en Arikan (2023) tonen in een grootschalig experiment aan dat bepaalde vormen van transparantie, zoals openbaarmaking van politieke donaties of vermogensinformatie van parlementsleden, positief kunnen bijdragen aan politiek vertrouwen en het verminderen van corruptiepercepties. Voor een onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau in 2023 werd aan respondenten gevraagd om aan te geven hoe belangrijk of onbelangrijk ze het voor hun ideale regering vonden dat ze open is over fouten. Een grote meerderheid (88%) vond dit zeer belangrijk.
Aan de andere kant zijn er enkele nuances te benoemen vanuit onderzoeken naar de relatie tussen transparantie en vertrouwen. Zo blijkt opvallend genoeg uit het onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau dat transparantie over fouten geen rol speelt in het vertrouwen dat burgers in de regering hebben. Het onderzoek van Crepaz en Arikan toont aan dat of transparantie tot meer vertrouwen leidt sterk samenhangt met de onderwerpen waarop transparantie wordt geboden. Kortom: uit onderzoek blijkt dat er wel een relatie bestaat tussen transparantie en vertrouwen, maar dat deze wel afhankelijk is van context, inhoud en vorm.
In 2025 bracht het Adviescollege Openbaarheid en Informatiehuishouding een advies uit over openbaarmaking van ambtsberichten. Aanleiding was het kabinetsbesluit om ambtsberichten over veilige landen niet langer actief openbaar te maken. Het ACOI constateert dat het ministerie van Buitenlandse Zaken sinds het kabinetsbesluit op 19 mei 2025 bekend werd, zeker 35 Woo-verzoeken ontvangen heeft die verband houden met het niet meer actief openbaar maken van ambtsberichten.
“Veelal wordt dubbelop gevraagd naar hetzelfde ambtsbericht, want organisaties weten niet van elkaar dat zij zo’n Woo-verzoek indienen. Daarnaast leidt een dergelijk kabinetsbesluit er ook toe dat de buitenwereld niet louter meer geïnteresseerd is in de ambtsberichten zelf, maar ook documenten opvraagt over de totstandkoming daarvan, evenals over de totstandkoming van het kabinetsbesluit zelf. En uiteraard dient voor al deze verzoeken het Woo-proces netjes doorlopen te worden, van ontvangstbevestiging tot formeel besluit en/of verwijzing naar reeds via een ander Woo-besluit openbaar gemaakte documenten. Deze praktijk staat niet in verhouding tot de inspanningen die gemoeid waren met de actieve openbaarmaking. Ook zullen deze Woo-verzoeken periodiek vanuit diverse richtingen worden ingediend: de buitenwereld kan immers zelf niet meer nagaan of er in de tussentijd een nieuw ambtsbericht is uitgebracht en of er al Woo-verzoeken naar lopen. Oftewel, het kabinet heeft zich hiermee veel meer extra werk voor de Woo-afdeling van het Ministerie van Buitenlandse Zaken op de hals gehaald. En dat terwijl de Woo-afdelingen van ministeries toch al te maken hebben met een hoge werklast.”
(ACOI advies 29 juli 2025)Uit dit voorbeeld blijkt dat actieve openbaarmaking vanuit kostenperspectief de voorkeur verdient boven openbaarmaking op verzoek.
Hieronder volgt een overzicht van kwesties of misstanden die door middel van Wob- of Woo-verzoeken aan het licht zijn gebracht. De onthullingen veroorzaakten regelmatig een maatschappelijk debat en correctie in beleid en/of regelgeving.
Wij hebben in samenwerking met Follow the Money een database gemaakt van mediaberichten die zijn verschenen naar aanleiding van Woo-verzoeken. Het betreft berichten die zijn verzameld via gesprekken met journalisten en via archieven als LexisNexis. In deze database hebben we ongeveer 400 mediaberichten verzameld van de afgelopen jaren. Bij de selectie van nieuwsberichten is gekeken naar een goede spreiding in termen van maatschappelijke thema’s, een balans tussen lokale, nationale en internationale cases en de impact van de gebeurtenis in kwestie. Het was in het kader van dit onderzoek niet mogelijk om een uitputtend overzicht te maken van alle mediaberichten die zijn verschenen naar aanleiding van Woo-verzoeken; dat zou een te omvangrijke exercitie worden.
Door een Woo-verzoek van het Algemeen Dagblad (AD) kwam aan het licht dat UWV al 18 jaar mogelijk tienduizenden WIA-uitkeringen onjuist heeft berekend (Bokdam, 2024). Vanaf de start van de WIA in 2006 gaat het namelijk mis met de dagloonindexering. Uitkeringen horen de verhogingen van het bruto minimumloon te volgen, maar in veel gevallen is dit niet gebeurd waardoor mensen te weinig geld hebben ontvangen.
Vanaf 2020 werd al gesignaleerd dat er veel fouten werden gemaakt, zowel door medewerkers als cliënten. Er werd echter geen actie ondernomen op basis van de signaleringen. De focus lag op productie en targets, in plaats van het waarborgen van de kwaliteit, zo geven managers nu aan. Uit de opgevraagde Woo-stukken blijkt dat er al een grootschalige hersteloperatie werd voorbereid door de UWV na interne discussies over mogelijke scenario’s. Er werd onder andere overwogen om de gemaakte fouten te verzwijgen in verband met eventuele imagoschade en politieke gevolgen.
Na het onderzoek van het AD heeft het UWV de fouten erkend en een grootschalige hersteloperatie over de periode 2020-2024 aangekondigd. Gedupeerden zullen met terugwerkende kracht gecompenseerd worden. De schatting is dat het gaat om ongeveer 43.000 personen. Dit is een duidelijk voorbeeld waarbij een Woo-verzoek een essentiële rol speelt in het ter verantwoording roepen van een uitvoeringsorganisatie. Ook wordt duidelijk dat meer openheid in het verleden de noodzaak tot grootschalige herstelschade had kunnen voorkomen. Overigens geeft deze beschrijving een tussentijds beeld van de zaak; inmiddels zijn nieuwe Woo-verzoeken gevolgd, nieuwe ontwikkelingen bekend en is het aantal gedupeerde cliënten verder gestegen.
“Fout na fout na fout is naar voren gekomen bij het UWV. Wij voeren dit debat niet omdat de audits en de interne controles zo goed waren en tijdig bij ons kwamen. Nee, wij voeren dit debat vandaag omdat er sprake was van sterke onderzoeksjournalistiek van het Algemeen Dagblad en EenVandaag. Dit debat voeren wij ook dankzij de Wet open overheid. ... Al die duizenden dossiers zijn niet zomaar dossiers. Achter die dossiers zitten gezichten en verhalen.” (VVD-Kamerlid Daan de Kort)
Het toeslagenschandaal is een van de grootste en pijnlijkste kwesties in het Nederlands openbaar bestuur van de afgelopen decennia. De Kamervragen door Renske Leijten en Pieter Omtzigt en de onderzoeksjournalistiek van onder andere Trouw en RTL 4 hebben uiteindelijk geleid tot de instelling van de Parlementaire ondervragingscommissie kinderopvangtoeslag en kort daarna de val van het kabinet Rutte III.
Er zijn tientallen Wob-verzoeken gedaan in het kader van de toeslagenaffaire. Zo bleek uit documenten die Trouw en RTL Nieuws hebben opgevraagd dat de top van de Belastingdienst de illegale aanpak van het fraudeteam had goedgekeurd. Volgens de commissie zijn de grondbeginselen van de rechtsstaat geschonden. De Tweede Kamer werd herhaaldelijk onvolledig, onjuist of veel te laat geïnformeerd. Informatievoorziening werd in meerdere gevallen ingegeven door gewenste juridische of politieke uitkomsten. De Belastingdienst stuurde onvolledige dossiers aan de rechtbank, zodat ouders hun gelijk niet konden halen.
De voorzitter van de parlementaire onderzoekscommissie Chris van Dam keek later terug. Stel je eens voor dat het toeslagenschandaal een paar jaar eerder was gestopt, op het moment dat het memo-Palmen in 2017 was geschreven. Dan had al dat menselijk leed en die onzekerheid bij de getroffen gezinnen niet zo lang hoeven voortduren. Het had de staat waarschijnlijk miljarden euro’s gescheeld, in termen van schadevergoeding over de laatste jaren.
The Implant Files werden in 2018 gepubliceerd door het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) in samenwerking met 58 mediapartners over de hele wereld. Ze toonden aan hoe toezichthouders over de hele wereld medische apparaten en hulpmiddelen hadden goedgekeurd met weinig of geen veiligheidstests. Implantaten redden of verbeteren de levenskwaliteit van veel mensen. Maar uit de analyse van Implant Files kwamen alleen al in de VS over een periode van tien jaar ruim 1,7 miljoen gewonden en bijna 83.000 sterfgevallen naar voren waarvan werd vermoed dat ze verband hielden met medische hulpmiddelen.
Nederland bleef zeer terughoudend met het verstrekken van informatie. Trouw en Radar deden een Wob-verzoek om documenten over defecte implantaten openbaar te maken. Minister Bruins voor Medische Zorg en Sport stelde echter dat door openbaarmaking ‘de relatie tussen de inspectie en de fabrikanten van medische hulpmiddelen onevenredig zal worden beschadigd’.
In Duitsland vormde het onderzoek de aanleiding om een register voor medische hulpmiddelen op te zetten. Australië verbood 25 modellen van zogenaamde getextureerde borstimplantaten vanwege hun verband met verhoogde risico’s op een zeldzame vorm van kanker van het immuunsysteem. In veel landen worden implantaten beter getest, zijn de regels aangescherpt en zijn er toegankelijke websites opgezet met alle informatie over implantaten. In de EU is de certificering verbeterd. Er is meer helderheid gekomen over de banden tussen de artsen en de fabrikanten van medische hulpmiddelen. Ondanks de aangekondigde hervorming blijft de transparantie rond medische hulpmiddelen een grote uitdaging. Elke EU-lidstaat heeft zijn eigen toezichthoudende instantie en informatie is vaak nog steeds niet openbaar beschikbaar (ICIJ, 2023).
In de aanloop naar de Europese verkiezingen van 2019 verenigden 63 journalisten uit alle EU-landen (plus Zwitserland en Noorwegen) zich onder de noemer #GrandTheftEurope om een grootschalige btw-fraude aan de kaak te stellen. Op jaarbasis is daarmee zo’n 50 miljard gemoeid; geld dat de EU-burgers vervolgens moeten bijleggen.
Om de handel tussen EU-landen onderling te bevorderen, besloot men bij de invoering van de Europese vrije markt in 1993 op handel tussen bedrijven uit verschillende EU landen geen btw te heffen. Dit heet het nultarief. Daardoor kunnen fraudeurs bijvoorbeeld computers of mobieltjes elders in de EU zonder btw inkopen en in eigen land met btw verkopen. De btw houden ze in eigen zak. De koper vraagt zijn betaalde btw vervolgens wel bij de Belastingdienst terug. Door digitalisering is deze fraude nog makkelijker geworden. Al 25 jaar kost dit de Europese belastingbetalers tientallen miljarden (Follow the Money, 2019).
Onlangs is er een nieuwe regeling gemaakt ter bestrijding van fraude bij grensoverschrijdende betalingen in de EU. Met de nieuwe regels hebben belastingdiensten in de Europese Unie gemakkelijker toegang tot betaalinformatie. Btw-fraude kan hierdoor sneller worden opgespoord. De nieuwe transparantieregels, die de EU-lidstaten zullen helpen btw-fraude aan te pakken, zijn per 1 januari 2024 in werking getreden (Expertisecentrum Europees Recht, 2024).
Voor de goede orde: de onthulling van GrandTheftEurope vond niet plaats op basis van een Woo-verzoek, maar op basis van een lek bij de Britse douane en fiscale autoriteit HMRC. De gederfde belastinginkomsten per jaar als gevolg van deze grootschalige BTW-fraude in Europa bedroegen voor Nederland ongeveer € 700 miljoen per jaar. De nieuwe transparantieregels van de EU zullen daarmee naar verwachting Nederland € 700 miljoen per jaar ‘opleveren’.
Het STAP-budget was een subsidieprogramma dat bijscholing moest bevorderen. In 2022 werd er 180 miljoen euro verdeeld over duizenden opleidingen. Veel geld bleek te gaan naar twijfelachtige cursussen zoals edelsteentherapie, wandelcoaching of bitcoincursussen. Uit de door Follow the Money opgevraagde gegevens blijkt dat een klein aantal opleiders het grootste deel van het STAP-budget opstreek. De 20 grootste opleiders ontvingen samen 58% van het totale budget, wat neerkomt op 105 miljoen euro. Het grootste deel van dit geld ging naar particuliere opleidingsinstituten die vaak goed wisten te profiteren van het systeem door met minimale kosten grote aantallen deelnemers aan te trekken via online cursussen. Deze opleidingen droegen weinig bij aan het oplossen van problemen op de arbeidsmarkt, zoals het tekort aan zorgpersoneel en leraren. Het werd steeds duidelijker dat de STAP-regeling aan revisie toe was. In april 2023 besloot het kabinet om de stekker uit de regeling te trekken.
De mondkapjesaffaire verwijst naar een schandaal in Nederland rondom de inkoop van mondkapjes tijdens de coronapandemie. Via de door mediapersoonlijkheid Sywert van Lienden opgezette stichting zonder winstoogmerk “Hulptroepen Alliantie” zouden mondkapjes geleverd worden. In werkelijkheid werden de mondkapjes ingekocht via de commerciële BV die Van Lienden en compagnons hadden opgericht. De affaire werd aan het licht gebracht door journalisten uit verschillende media, waaronder Follow the Money, de Volkskrant, Telegraaf en NRC. Door het combineren van informatie uit Woo-verzoeken met andere bronnen konden journalisten onregelmatigheden aan het licht brengen. Inmiddels zijn Van Lienden en compagnons veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van 20 miljoen euro aan de Stichting Hulptroepen Alliantie.
Onderzoekers van Investico hebben de Loep gewonnen voor hun onderzoek naar klassenjustitie in Nederland. De Loep is de belangrijkste prijs voor onderzoeksjournalistiek in Nederland en Vlaanderen. De analyse van data toont aan dat laagopgeleide mensen met een migratieachtergrond voor hetzelfde vergrijp bijna drie keer zoveel kans hebben om in de gevangenis te belanden dan hoogopgeleide mensen zonder migratieachtergrond. Dat geldt zowel voor diefstal, mishandeling, als rijden onder invloed. Het OM gaat vaker over tot vervolging, de rechter verklaart je vaker schuldig en stuurt je vaker naar de gevangenis (De Groene Amsterdammer, 2024).
Studiefinancieringsorganisatie DUO maakte jarenlang gebruik van discriminerende criteria bij de opsporing van fraude met studiefinanciering. Hierdoor hadden studenten met een migratieachtergrond en mbo-studenten een onevenredig grote kans om te worden getroffen door fraudeonderzoek. Dat blijkt uit het onderzoek naar de fraudejacht van DUO dat NOSop3, het Hoger Onderwijs Persbureau en Investico voor De Groene Amsterdammer en Trouw publiceerden.
Ruim dertig advocaten voerden sinds 2012 in totaal 376 bezwaar- of beroepsprocedures. Zij verdedigden hun cliënten tegen de aanklacht van fraude met een zogeheten uitwonendenbeurs. In 97% van de zaken ging het hierbij om studenten met een migratieachtergrond, blijkt uit de administratie van de raadslieden. Onderwijsminister Robbert Dijkgraaf noemde de conclusies van het onderzoek ‘pijnlijk’ en bood namens het kabinet zijn excuses aan. Alle studenten die tussen 2012 en 2023 door DUO zijn bestempeld tot fraudeur worden door het kabinet financieel gecompenseerd. Het gaat in totaal om ruim tienduizend (oud-)studenten. Het kabinet heeft hiervoor 61 miljoen euro vrijgemaakt (Investico, 2024).
In bijlage 1 zijn enkele tientallen voorbeelden opgenomen van kwesties die via een Wob- of Woo- verzoek aan het licht kwamen en op de politieke agenda werden geplaatst.