“If information is power, then access to information is empowerment.”
(Nadia Al-Sakkaf, eerste vrouwelijke minister voor Informatie van Yemen)
Data is een goudmijn, mits het gedeeld wordt. Elke keer dat open data wordt gebruikt kan het weer waarde creëren; soms klein – een slimmere route of real-time updates – en soms groot en verrassend, met toepassingen die niemand vooraf had bedacht.
Het is net een wonderzaadje dat je in de grond stopt. Soms blijft het stil, maar soms schiet het uit en groeit er een hele keten van uitvindingen uit voort. Bedrijven bouwen diensten, onderzoekers ontdekken patronen, burgers lossen problemen in hun buurt sneller op. Wie deelt, vermenigvuldigt.
Zo wordt open data een motor voor publieke waarde. Niet alleen omdat we meer kunnen zien, maar ook omdat we meer kunnen doen: efficiënter werken, slimmer inkopen, innovatie aanjagen en mensen laten meedoen. Dus zet data open, laat fotosynthese haar werk doen, en voor je het weet staat er iets nieuws in bloei.
Informatie die met publieke middelen wordt verzameld, moet in principe ook publiek beschikbaar zijn. Dat is het uitgangspunt van open data. Waar overheidsinformatie vroeger vooral in systemen bleef liggen, vormt het nu steeds vaker een gedeelde bron die door overheid, bedrijven, kennisinstellingen, journalisten en burgers kan worden benut.
Open data kan zeker bijdragen tot transparantie, doordat burgers beter kunnen volgen hoe beslissingen worden genomen en wat de uitwerkingen zijn op de maatschappij. Denk maar aan datasets die het CBS publiceert over thema’s als de voorraad van woningen of de overheidsuitgaven aan onderwijs. Maar open data gaat nog een stapje verder dan het vergroten van transparantie. Het maakt ook meedoen mogelijk. Bedrijven en maatschappelijke organisaties kunnen diensten ontwikkelen die aansluiten bij publieke behoeften.
Hoewel wij ons richten op open data dat in het beheer is en ontsloten wordt door de overheid, is dit slechts één onderdeel van het bredere datalandschap (NSOB, 2015). Overheden hebben wel een aanzienlijke capaciteit om data te verzamelen, waardoor de datasets vaak omvangrijk en waardevol zijn. De data worden losgelaten in een datalandschap waar ook bedrijven data ontsluiten, zoals mobiliteits- en sensordata. Burgers vormen ook een belangrijke bron van data. Via meldingsapp, burgerobservaties, sensornetwerken of citizen science projecten dragen inwoners actief bij aan informatie over hun leefomgeving. Deze bijdragen verrijken overheidssystemen met lokale kennis en real-time signalen die anders niet of pas later zichtbaar zouden worden.
Open data is op zichzelf geen doel, het gaat om de maatschappelijke waarde die het kan genereren. Wanneer open data slechts voor intern gebruik bij de overheid beschikbaar is, kan ook alleen de overheid publieke dienstverlening hieruit voortbrengen. Wanneer de data ontsloten wordt, kunnen ook burgers, bedrijven en andere partijen maatschappelijke waarde creëren via een uitbreiding over verbetering van de publieke dienstverlening.
In Nederland zijn weinig onderzoeken gedaan naar de baten van open data. Er bestaan geen actuele studies. Een vroeg overzicht is de waarde van open data (Kenniscentrum Openbaar Bestuur, 2012), waarin open data wordt gekoppeld aan economische groei, transparantie en nieuwe diensten. Het rapport benadrukt dat standaardisatie en bruikbare formaten cruciale voorwaarden zijn voor waardecreatie. Een ander interessant onderzoek is dat van TU Delft uit 2017. Hierin worden verschillende datasets bekeken en de kosten en baten die gemoeid zijn met de publicatie ervan. De studie neemt zowel de directe baten mee, zoals lagere administratieve lasten en efficiëntere beleidsuitvoering, als indirecte baten zoals innovatie, betere dienstverlening en maatschappelijke controle. Het onderzoek concludeert dat de kosten van het publiceren van open data relatief laag zijn, en de maatschappelijke baten groter.
Benut Nederland al de volle potentie van waardecreatie door het publiceren van open data? Er zijn diverse internationale metingen waardoor we hier een redelijk beeld van kunnen krijgen. Dit is relevante informatie voor ons rapport, omdat het duidelijk maakt waar nog onbenutte kansen liggen voor waardecreatie met open data.
Nederland blijft in internationale vergelijkingen rond open data duidelijk achter bij de koplopers. Uit het Open Data Maturity Report 2024 blijkt dat ons land met een totaalscore van 79,3% onder het Europese gemiddelde van 82% zit. Daarmee eindigt Nederland op plek 22 van de 34 landen, in de categorie followers. Vooral op het gebied van beleid is de achterstand groot: waar Europa gemiddeld op 91% zit, blijft Nederland steken op 79,9%. Dat wijst op een gebrek aan samenhangend nationaal open-databeleid en onvoldoende strategische sturing. Op onderdelen als portalen en impact scoort Nederland wel rond het gemiddelde, maar ook daar is geen sprake van een leidende positie. De toegankelijkheid en kwaliteit van datasets blijven eveneens achter, wat erop duidt dat op het gebied van standaardisatie en vindbaarheid nog veel te winnen valt.
De OECD OurData Index 2023 laat een vergelijkbaar beeld zien. Nederland behaalt slechts 32% op open-databeschikbaarheid, fors lager dan het OECD-gemiddelde van 48%. Met een 21e plek hoort Nederland tot de categorie middle performance. Dit wijst erop dat data te vaak niet actief wordt gepubliceerd, niet actueel is of onvoldoende machineleesbaar wordt aangeboden.
| Index | Sub-categorie | Gemiddelde score | Nederlandse score | Nederlandse totaalscore |
|---|---|---|---|---|
| Open Data Maturity Report (2024) | Beleid | 91% | 79,9% | 22e plek van de 34 Europese landen. Eindigt in de categorie “followers”. |
| Portalen | 82% | 81,3% | ||
| Toegankelijkheid (kwalitieit) | 79,7% | 75,9% | ||
| Impact | 80,5% | 80,2% | ||
| Totaal | 82% | 79,3% | ||
| Ourdata index (2023) | Open data beschikbaarheid | 48% | 32% | 21e plek van de OECD landen. Eindigt in de categorie “middle performance”. |
| Open data toegankelijkheid | 59% | 73% | ||
| Overheidssteun voor open data hergebruik | 37% | 20% | ||
| Totaal | 48% | 42% |
Het rapport The Economic Impact of Open Data schat in dat in Nederland 0,07% van de werkzame beroepsbevolking kan worden toegerekend aan open databanen. In 2025 behoorden 10,2 miljoen mensen tussen de 15 en 75 jaar tot de beroepsbevolking. In totaal zou het dus gaan om 7.140 banen gecreëerd door open data.
| Nederlandse beroepsbevolking 2025 | 10,2 miljoen mensen |
| Aandeel banen gecreëerd door open data | 0,07% |
| Geschatte aantal open data banen in 2025 | 7.140 banen |
NAAR EEN EFFICIËNTERE OVERHEIDOverheidsorganisaties kunnen jaarlijks ongeveer € 1,7 miljard besparen - omgerekend voor Nederland € 107 miljoen - doordat hergebruik van open data leidt tot minder interne administratieve kosten, dubbele inspanning en efficiëntere beleidsvoering. Dit blijkt uit de EU implementatie-impactanalyse van de Open Data-richtlijn, gepubliceerd door de Europese Commissie.
Hoewel een efficiëntere overheid geen expliciet geformuleerd doel van zowel de EU-richtlijnen als de Woo is, wordt het wel aangehaald als essentieel neveneffect. Een efficiënter werkende overheid betekent dat beschikbare middelen zoals geld, personeel, tijd en materialen effectiever worden ingezet, zodat verspilling geminimaliseerd wordt en de waardecreatie gemaximaliseerd. Dit kan uiteindelijk leiden tot een vermindering van overheidsuitgaven. Naast de overheid zelf is een potentieel belanghebbende dus indirect de burger, omdat de burger via belastingen de overheidsuitgaven financiert. Zo kan een efficiëntere publieke sector meer “value for taxpayers money” betekenen.
In lijn met een verbeterde informatiehuishouding is het “Once-Only principe” van de OECD (Europese Commissie, 2024). Dit is een belangrijke vorm van efficiëntiewinst waarbij door hergebruik van overheidsinformatie een dubbele dataverzameling binnen de overheid zelf wordt vermeden. Dit principe maakt het mogelijk dat overheidsorganisaties intern gegevens met elkaar delen - bijvoorbeeld over identiteiten, bedrijfsregistraties of vergunningen - en zo dubbele administratieve handelingen voorkomen. Het hergebruik van bestaande data binnen en tussen overheidsorganisaties leidt tot een lagere registratiedruk, minder foutgevoelige handmatige invoer en een aanzienlijke reductie van de interne werklast. Bovendien bevordert het de samenwerking tussen diensten, doordat informatie efficiënter wordt uitgewisseld. Door gegevens als een strategisch herbruikbaar goed te beschouwen, kan de overheid processen stroomlijnen, sneller handelen en de dienstverlening richting burgers en bedrijven verbeteren. Ook draagt het op zichzelf bij aan een verbeterde informatiehuishouding op de lange termijn.
De overheid zelf blijkt de grootste hergebruiker van haar eigen data (Osimo & Pizzamiglio, 2023; European Data Portal, 2015). Het is echter geen vanzelfsprekendheid dat overheidsinformatie tussen de verschillende departementen beschikbaar en toegankelijk is. Daarom kan er veel gewonnen worden door overheidsinformatie te openbaren. Het gaat hierbij om zowel Woo-informatie als open data die de overheid zelf inzicht kan geven in haar eigen optreden en beleid.
Hergebruik van open overheidsinformatie door de overheid zelf kan ook leiden tot betere besluitvorming, omdat besluiten gebaseerd zijn op een grotere beschikbaarheid aan informatie (Huyer, 2020). Zo kan er door middel van hergebruik van overheidsinformatie beter geanticipeerd worden. Dit houdt in dat een overheid op een proactieve manier kan reageren op basis van kennis over ontwikkelingen en toekomstige behoeften, in plaats van op een reactieve manier te reageren op basis van ervaringen. Open overheidsinformatie kan gebruikt worden om trends en patronen te voorspellen en potentiële risico’s te vermijden. Dit kan bijvoorbeeld goed van pas komen bij het bestrijden van rampen, zoals natuurrampen of terroristische aanvallen, maar ook voor het beleid dat gevoerd wordt tijdens crises die langer duren – zoals een economische crisis, vluchtelingencrisis of een pandemie.
Ook op het terrein van integriteit en financiële controle zijn de baten van hergebruik zichtbaar. Het OECD Compendium of Good Practices on the Use of Open Data for Anti-Corruption (2017) laat zien dat met name in het domein van publieke aanbestedingen veel winst te behalen is. Overheden die e-procurementdata publiceren in gestandaardiseerde, machinaal verwerkbare vorm, stellen interne auditdiensten in staat om met ‘red flag’-analyses risicovolle patronen vroegtijdig te signaleren. Denk daarbij aan opvallende prijsafwijkingen, ongewone contractwijzigingen of een sterke concentratie van gunningen bij één leverancier. Door het koppelen van open data aan dashboards voor interne monitoring wordt het mogelijk om eerder in te grijpen in potentieel onrechtmatige of inefficiënte processen.
De OECD beschrijft onder andere een casus uit Oost-Europa, waar open aanbestedingsdata werden geanalyseerd op herhaalde gunningen aan dezelfde leveranciers en ongebruikelijke prijsverschillen. Deze signalen leidden tot nadere controle en stillegging van verdachte contracten. In een Zuid-Amerikaans voorbeeld werden vergelijkingen tussen uitgaven in verschillende gemeenten gebruikt om ongeoorloofde aanpassingen in budgetten op te sporen. In beide gevallen betrof het een toepassing van open data die binnen de overheid zelf plaatsvond, los van externe publieke controle.
Daarnaast leveren transparante aanbestedingspraktijken ook directe financiële voordelen op. Uit een onderzoek van de Wereldbank (2017) blijkt dat landen met goed toegankelijke aanbestedingsdata aantrekkelijker zijn voor een bredere groep aanbieders, waaronder kleinere bedrijven. Deze studie toont aan dat met name kleinere bedrijven – voor wie de transactiekosten voor het leren over inschrijvingsmogelijkheden moeilijker te dekken zijn – eerder deelnemen aan aanbestedingsprojecten in landen met transparante aanbestedingssystemen. Een Europees onderzoek uit 2019 toont bovendien aan dat het vrijgeven van extra informatie over contracten het risico op ‘single bid’ contracten verlaagt (Bauhr, Czibik, de Fine Licht, & Fazekas, 2019). Zulke contracten – zonder concurrentie – zijn gemiddeld 7% duurder. Volgens het onderzoek bespaart het publiceren van vijf extra stukjes informatie voor elk contract ongeveer 3,6 miljard euro in Europa (Bauhr, Czibik, de Fine Licht, & Fazekas, 2019).
Diverse publieke diensten zijn afhankelijk van accurate en geactualiseerde adresgegevens. Adresgegevens worden dan ook als high-value datasets beschouwd. Een voorbeeld uit Denemarken, waar werd besloten op het nationale adressenregister – het Danish Adress Register (DAR) – openbaar beschikbaar te maken in 2002, illustreert waarom. Waar lokale instanties en publieke diensten voorheen elk afzonderlijk adressen moesten verzamelen en onderhouden, kunnen zij nu putten uit 3.5 miljoen geverifieerde adressen met geografische coördinaten en standaardformaten. Dit heeft geleid tot structurele verbetering in de efficiëntie van overheidsadministraties.
Een onderzoek dat is uitgevoerd in opdracht van de Deense overheid over de periode 2005 tot 2009 berekende dat het openstellen van het adressenregister een directe financiële winst, tegenover een investering van slechts €2 miljoen (McMurren, Verhulst, & Young, 2016). De baten komen voort uit vermeden dubbele datacollectie en verbeterde coördinatie van publieke diensten. Zo heeft de spoedzorg een systeem geintroduceerd op basis van standaard GPS-navigatiesystemen voor auto’s in 1200 hulpverleningsvoertuigen, in plaats van duurdere mobiele apparaten voor alarmontvangst en tracering, met als resultaat aanzienlijke verlaging in kosten, responstijden en efficiëntie.
Daarnaast kunnen diensten geautomatiseerd toegang krijgen tot betrouwbare adresinformatie, door verschillende systemen heen, zonder handmatige invoer. Daardoor daalt de kans op fouten en versnelt procesautomatisering – van vergunningverlening via gemeentelijke systemen tot logistieke planning voor bevoegdheden als politie, ambulance en overheid. Ook is er een direct voordeel voor burgers via verbeterde GPS systemen; Denemarken heeft de meest accurate adresgegevens van Europa (McMurren, Verhulst, & Young, 2016).
Naast een verbetering in de publieke diensten werd de data ook op grote schaal hergebruikt door de private sector. In 2010 werd de DAR door 1236 partijen gebruikt, waarvoor ongeveer 70% private bedrijven waren, wat neerkomt op een aantal van 865 private gebruikers (McMurren, Verhulst, & Young, 2016). Een voorbeeld van een initiatief dat voortkomt uit de DAR Database is Septima, een geodata startup die in 2013 werd opgezet. Het biedt een reeks producten en diensten aan die gebruikmaken van de data – waaronder dataverrijking – zoals het berekenen van de afstand tussen scholen en huizen en het geven van advies aan organisaties zoals het Geodata Agentschap.
In Nederland hebben we soortgelijke open datasets, namelijk de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en Basisregistratie Topografie (BRT). De baten van deze Nederlandse datasets zijn niet zo gedetailleerd vastgelegd als de Deense variant, maar uit onderzoek van Geospatial Media and communications (2020) blijkt dat de waarde van de tijd die forenzen besparen door het gebruik van digitale kaarten in Nederland neerkomt op 2.5 miljard euro. Ook wordt er naar schatting 1.95 miljard euro bespaard op brandstofkosten als gevolg van verbeterde navigatie.
De Nederlandse Klimaatmonitor speelt een sleutelrol in een effectieve energietransitie door middel van toegankelijke en actuele data. Dit online dashboard, beheerd door Rijkswaterstaat in samenwerking met het CBS, biedt een breed scala aan open data over energiegebruik en emissie-uitstoot en hernieuwbare energie. De data zijn geografisch gespecificeerd tot gemeenteniveau maar kunnen ook gefilterd worden naar sector.
De Klimaatmonitor draagt bij aan een efficiëntere overheid: in plaats van zelf data te moeten verzamelen en verwerken, kunnen beleidsmakers putten uit een uniform en actueel databestand, wat dubbel werk voorkomt (Once-Only principle) en de administratieve last sterk vermindert. De Klimaatmonitor maakt het ook mogelijk om de prestaties van gemeenten onderling te vergelijken. Dit stimuleert onderlinge leerprocessen en kan leiden tot beleidsaanpassingen op basis van best practices. Diverse gemeenten wijzen erop dat de inzet ervan leidt tot besparingen op externe advieskosten, betere afstemming tussen afdelingen en snellere beleidsdoorlooptijden. Bovendien kunnen gemeenten met de monitor beter identificeren waar middelen het effectiefst kunnen worden ingezet. Zo staat er in een quote op de website:
“Ook voor nieuw beleid is de Regionale klimaatmonitor een goede basis. Het geeft goed weer waar het meeste resultaat te behalen is en wat de stand van zaken is.”
Een lokale toepassing is te vinden bij de gemeente Groningen, waar het dashboard is gebruikt voor het ontwikkelen van de tool wijkklimaatmonitor ‘Klimaat in je straat’. Dit dashboard op wijkniveau wordt ingezet bij wijkgerichte verduurzamingsprogramma’s. Ook wordt burgerparticipatie gestimuleerd: bewoners worden aangemoedigd om actief bij te dragen aan het verduurzamen van hun leefomgeving. Doordat gegevens over energieverbruik en isolatieniveau per wijk direct beschikbaar zijn, kunnen beleidsmaatregelen gerichter worden ingezet – bijvoorbeeld door subsidies of voorlichting te richten op woningen met een laag energielabel.
Een goed geïnformeerde locatiekeuze kan het verschil maken tussen een succesvolle start of een teleurstellende investering. Zeker voor bedrijven die zich op consumenten richten (Business to Consumer) is inzicht in de lokale markt essentieel: hoe is de bevolkingssamenstelling, hoe sterk is de concurrentie en wat is de koopkracht in de wijk? De KVK Locatiescan is een publiek toegankelijke datatool die ondernemers, studenten, bedrijfsadviseurs, brancheorganisaties en gemeenten direct inzicht geeft in de marktpotentie van een vestigingsplaats. Gebruikers kunnen eenvoudig op een adres en krijgen direct informatie over onder meer bewonersprofielen, inkomensniveau, verkeersstromen en nabijgelegen concurrenten. Deze tool combineert gegevens uit open bronnen zoals het Handelsregister, CBS, BAG, verkeersmodellen en voorzieningenkaarten. Door deze data op een toegankelijke en intuïtieve manier te bundelen, stelt de Locatiescan gebruikers in staat veel sneller en beter geïnformeerde keuzes te maken. Voor ondernemers betekent dit minder advieskosten en minder risico. Voor overheden betekent dit minder dubbel werk, kortere beleidsprocessen en efficiëntere inzet van middelen.
Een concreet voorbeeld komt uit de gemeente Deventer. Daar wordt de Locatiescan ingezet bij gesprekken over herontwikkeling en binnenstedelijke locaties. Door in één overzicht te zien waar ambachtelijke bedrijven, horeca of winkels passen - op basis van bereikbaarheid, concurrentiedichtheid en demografie - kunnen ambtenaren en ondernemers samen sneller tot besluitvorming komen. De datagedreven benadering vervangt daar grotendeels de noodzaak tot aparte marktanalyses, die eerder per locatie opnieuw moesten worden uitgevoerd. Gemeenten gebruiken het dashboard daarnaast om ontwikkellocaties beter af te stemmen op vraag vanuit de markt, wat leidt tot minder leegstand en een efficiënter gebruik van schaarse ruimte.
Het delen van data is niet alleen op nationaal niveau relevant. Steeds vaker zijn er ook steden die inzetten op het maximaal benutten van open data. Zo stelt de gemeente Rotterdam het 3D-stadsmodel van Rotterdam vrij ter beschikking aan iedereen die daarmee aan de slag wil gaan. De gemeente wil hiermee het gebruik en toepassingen van deze unieke dataset stimuleren. Zie 3drotterdam.nl. Daarnaast heeft Rotterdam sinds begin 2025 een Open Urban Platform. Dit is een digitaal platform waar de gemeente, bedrijven, scholen én bewoners allerlei data kunnen uitwisselen. Digitale gegevens over de stad die iedereen kan gebruiken om ideeën en plannen te bedenken en uit te voeren om Rotterdam beter te maken. Open Urban Platform Rotterdam | rotterdam.nl
In Nederland bestaan verschillende initiatieven die zich richten op transparantie in overheidsuitgaven en aanbestedingen, zoals TenderNed, OpenSpending en WaarGaatMijnGeld.nl. Deze platforms maken op onderdelen inzichtelijk hoe publiek geld wordt besteed of hoe aanbestedingsprocedures verlopen. Toch ontbreekt het aan een geïntegreerd systeem waarin volledige transparantie, real-time monitoring, burgergerichte analyse en civiele betrokkenheid samenkomen. In die context is het Oekraïense platform ProZorro een opvallend en richtinggevend voorbeeld van hoe open data kan worden ingezet als hefboom voor innovatie, maar ook bestuurlijke vernieuwing en publieke controle.
ProZorro werd na de revolutie van 2014 ontwikkeld onder het motto “Everyone sees everything” en is sinds 2015 verplicht voor alle openbare aanbestedingen in Oekraïne. Het systeem is gebaseerd op de Open Contracting Data Standard (OCDS) en maakt elke fase van het inkoopproces volledig openbaar, van aankondiging tot gunning en uitvoering. Deze informatie is toegankelijk via open API’s en gebruiksvriendelijke dashboards, en wordt dagelijks gebruikt door burgers, bedrijven, ambtenaren en maatschappelijke organisaties. De innovatiekracht van ProZorro ligt in de combinatie van open data, digitale tools en gedeelde governance. Overheid, bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld werken structureel samen in wat men noemt de “gouden driehoek”, waarbij transparantie, toezicht en verbetering elkaar versterken (Open Contracting Partnership, 2024).
De resultaten zijn indrukwekkend: tussen 2015 en 2021 werd naar schatting meer dan 6 miljard US$ bespaard op overheidsinkopen (OECD, z.j.), met een meetbare daling van prijzen in sectoren zoals medicijnen (tot wel 40%) (Open Contracting Partnership, 2024). Daarnaast is BI ProZorro, het publieke dataplatform, een sleutelinstrument geworden voor risicodetectie, beleidsmonitoring en journalistiek onderzoek. Jaarlijks maken meer dan 30.000 gebruikers actief gebruik van deze inzichten (Open Contracting Partnership, 2021). De data worden niet alleen beschikbaar gesteld, maar ook begrijpelijk gemaakt via interactieve visualisaties en gebruiksvriendelijke dashboards, wat de betrokkenheid van burgers en media versterkt.
Vergeleken met Nederland laat ProZorro zien dat open data pas impactvol wordt wanneer het gepaard gaat met toegankelijkheid, publiek nut en structurele samenwerking. Waar TenderNed zich vooral richt op juridische publicatieplicht en OpenSpending op gemeentelijke uitgaven, is in Oekraïne een ecosysteem gebouwd waarin transparantie, innovatie en publieke controle hand in hand gaan. Het biedt daarmee een richtinggevend model voor hoe Nederland bestaande infrastructuren kan versterken met open standaarden, datagedreven verantwoording en actieve burgerbetrokkenheid.
InnovatieInnovatie is expliciet benoemd als doelstelling in de Europese Richtlijn 2019/1024 inzake Open Data en het hergebruik van overheidsinformatie. In de overwegingen bij deze richtlijn wordt innovatie herhaaldelijk aangehaald als een belangrijke reden voor het actief beschikbaar stellen van publieke informatie. Specifiek wordt hierbij de rol van high-value datasets benadrukt, zoals geodata en mobiliteitsgegevens, vanwege hun hoge hergebruikpotentieel en stimulerende effect op technologische en economische ontwikkeling.
De Europese datastrategie stelt dat data “de levensader van innovatie” vormen (Europese Commissie, z.j.). In lijn daarmee stimuleert de Europese Commissie het beschikbaar stellen van kwalitatieve, gestandaardiseerde en machineleesbare datasets, inclusief toegang via API’s. Nederland volgt deze lijn in het nationale open data-beleid en heeft in het Beleidskader Open Overheidsdata (2021) innovatie expliciet opgenomen als één van de motieven voor actieve openstelling. Ook in rapporten van de Algemene Rekenkamer en TNO wordt herhaaldelijk gewezen op het belang van open data voor marktontwikkeling en sectorale vernieuwing.
Naast de rapporten van de Europese Commissie zelf is de huidige wetenschappelijke literatuur het erover eens dat open data een katalysator is voor innovatie. Ruijer, Meijer en Ubacht (2020) laten aan de hand van een living lab-experiment zien dat open data binnen een publiek-privaat innovatieproces kan leiden tot co-creatie en nieuwe datagedreven toepassingen. De studie benadrukt dat innovatie vooral tot stand komt wanneer gebruikers actief worden betrokken bij het ontwerp van datatoegang en terugkoppeling. Ook Kim, Lee, en Kim (2022) concluderen in hun systematische literatuurreview dat open data bijdraagt aan economische groei, innovatie in de private sector en betere besluitvorming. Hun analyse laat zien dat met name standaardisatie, beschikbaarheid van API’s en juridische helderheid voorwaarden zijn voor succesvol hergebruik.
Door open data beschikbaar te stellen aan de private sector dalen de kosten van informatieverwerving en ontstaat er ruimte voor snellere productontwikkeling. De toetredingsdrempel voor aanbieders - zoals bedrijven, ontwikkelaars en maatschappelijke organisaties - wordt verkleind zodat asymmetrieën in markten afnemen. Daarbij treden netwerkeffecten op: hoe meer data beschikbaar zijn, hoe waardevoller de toepassingen worden en hoe meer innovatoren zich aandienen. Naarmate er meer bruikbare, actuele en gestandaardiseerde datasets worden ontsloten, ontstaat een dynamiek waarin nieuwe spelers worden aangetrokken, bestaande toepassingen zich verbeteren en netwerkeffecten ontstaan. De waarde van het datanetwerk neemt toe met elke extra dataset die wordt toegevoegd, omdat de onderlinge combinatiemogelijkheden exponentieel toenemen. Dit versterkt op zijn beurt de prikkel voor innovatie. (Kundra, 2012)
Deze dynamiek sluit aan bij het concept van Government as a Platform, bedacht door Tim O’Reilly (2010). In deze visie fungeert de overheid niet alleen als uitvoerder van beleid, maar ook als aanbieder van een infrastructuur waarop anderen kunnen bouwen. Open data vormt hierin een centrale bouwsteen. Door datasets systematisch, herbruikbaar en via API’s beschikbaar te stellen, schept de overheid de voorwaarden waaronder externe innovatie kan floreren.
Tegelijkertijd maakt deze aanpak het mogelijk om maatschappelijke opgaven op een andere manier te benaderen: niet alleen via overheidsbeleid, maar ook via marktwerking, technologische vernieuwing en publiek-private samenwerking. Dit kan de overheid veel geld besparen en uiteindelijk een positieve uitwerking hebben op belastingen (European Data Portal, 2020). Dit vergt wel dat de overheid niet alleen data ontsluit, maar ook investeert in datakwaliteit, standaarden en ontsluitingsstructuren. Open data is daarmee geen eindproduct, maar een strategisch instrument in een breder ecosysteem van innovatie, informatie en infrastructuur. De werking van deze principes wordt zichtbaar in verschillende sectoren.
In de mobiliteit gebruiken bedrijven zoals 9292 en Citymapper open verkeers- en ov-data om routeplanners te ontwikkelen die het dagelijks reizen efficiënter maken. Naarmate meer real- time verkeersgegevens beschikbaar zijn, kunnen deze applicaties nauwkeuriger voorspellen en optimaliseren, wat hun waarde voor de gebruiker vergroot en het bereik van de diensten vergroot.
In de gezondheidszorg maken dashboards en voorspellende modellen gebruik van open epidemiologische en capaciteitsdata, waardoor tijdens de coronapandemie sneller en doelgerichter kon worden gereageerd (Sitharam et al., 2024). Een andere studie toont aan dat het openbaren en beschikbaar stellen voor hergebruik van biomedische data aanzienlijke verbeteringen teweeg heeft gebracht in het precies en snel diagnosticeren van patiënten (Pasquetto, 2018).
In de landbouw combineren AgriTech-bedrijven satelliet-, bodem- en weerdata om het gebruik van water en meststoffen te optimaliseren en opbrengsten te verhogen (Skibba, 2023). En in de woning- en energiemarkt bouwen bedrijven tools op basis van open data over energielabels en gebouwkenmerken, waarmee huishoudens direct inzicht krijgen in hun besparingsmogelijkheden.
Innovatie is niet zozeer op een zichzelf staand doel maar is interessant omdat het maatschappelijke en economische waarde kan creëren. Nieuwe initiatieven kunnen banen creëren en uiteindelijk bijdragen aan economische groei.1 In sommige gevallen betekenen de innovaties uit de private sector een uitbreiding van overheidsdiensten die voordelige sociale impact kunnen hebben, omdat het gaat om een service die op dat moment nog niet geleverd wordt door de overheid maar die wel een behoefte dekt in de maatschappij.
In een wereld waar meer dan 3000 opleidingen worden aangeboden, was het voor (toekomstige) studenten en hun adviseurs vaak lastig om betrouwbare, vergelijkbare informatie te vinden. Studiekeuze123 – opgezet door studenten, hogescholen, universiteiten en het ministerie van OCW – bracht hier verandering in met een innovatieve oplossing: de Studiekeuzedatabase.
Deze database integreert gegevens uit diverse bronnen zoals 1 Cijfer HO van DUO, de HBO-monitor, de Nationale Studenten Enquête, toelatingseisen en accreditatiestatus, en informatie rechtstreeks van onderwijsinstellingen. Op basis van deze dataset biedt Studiekeuze123 een overzichtelijke online omgeving met functionaliteiten als ‘Studie in Cijfers’, studiebijsluiters en handige vergelijkings- en oriëntatietools.
Studiekeuze123 is een mooi voorbeeld waarbij Open Data via innovatie een toegevoegde waarde levert aan de maatschappij. Het zorgt voor een verbeterde dienstverlening aan studenten door betrouwbare, actuele informatie centraal op één plek aan te bieden. Daarmee vermindert het onzekerheid en verkeerde studiekeuzes, wat op termijn faalkosten verlaagt en de doorstroom in het onderwijs verbetert. Daarnaast vergroot het transparantie over onderwijsresultaten en kwaliteit.
Vroeger keek je uit het raam voor je naar buiten ging, nu kijk je op je schermpje. Je smartphone vertelt je precies op welk moment er een donkere wolk over je favoriete wandelroute trekt. Op 30 april 2006 ging de website Buienradar de lucht in, vanwege de slechte weersverwachtingen voor Koninginnedag een paar dagen eerder dan gepland – in de hoop dat bezorgde feestgangers gretig gebruik zouden maken van het platform.
Buienradar heeft soms wel 30 miljoen views per dag bij weerextremen en is nog altijd een van de best bezochte platforms van Nederland. Op Buienradar vind je ook de zonuren, een UV-radar, een kaart met voorspellingen over muggenoverlast, een overzicht van de bevingen in Nederland en kaarten met luchtvochtigheid en luchtkwaliteit (smog). De ongeveer 1 miljoen Nederlanders met hooikoorts kunnen op de website zien welke klachten ze kunnen verwachten.
Naast de maatschappelijke baten die het innovatieve Buienradar voortbrengt, heeft het milieu ook profijt van de applicatie. Boeren en tuinders kunnen het spuiten van chemicaliën uitstellen totdat er geen neerslag meer voorspeld is. Dan komen de kwalijke stoffen minder snel in het oppervlaktewater. Daarnaast geeft ook ruim 80 procent van de Buienradar-bezoekers aan dat de weerdata het milieu ‘spaart’: bijvoorbeeld omdat ze eerder de fiets pakken als ze weten dat het droog blijft, wachten met de tuin sproeien als ze weten dat het binnen enkele dagen gaat gieten, en de wasdroger niet aanzetten als ze weten dat het veilig is om het wasrek in de tuin te gebruiken.
Het platform Ongevalrisico.nl is een treffend voorbeeld van een innovatieve tool die is ontstaan door middel van hergebruik van open data. De tool, ontwikkeld door het bedrijf DOK data in samenwerking met publieke partners, helpt gemeenten en provincies om risicovolle verkeerslocaties te identificeren en beleid te voeren op basis van voorspellingen in plaats van achteraf-registratie.
Met behulp van machine learning analyseert Ongevalrisico.nl allerlei open en semipublieke databronnen – zoals het Nationaal Wegenbestand (NWB), ongevallencijfers (BRON), en verkeersdata en schoollocaties (DUO) – en berekent op basis daarvan risicoscores per wegvak, kruispunt of fietspad. In een overzichtelijk dashboard krijgen beleidsmakers niet alleen inzicht in waar het risico het hoogst is, maar ook in de mogelijke oorzaken – zoals wegindeling, verkeersdrukte of nabijheid van scholen.
Om deze tool te faciliteren wordt open data ontsloten, gecombineerd en geanalyseerd. Het resultaat is een concreet hulpmiddel dat preventief ingrijpen mogelijk maakt, wat zowel de veiligheid verhoogt als maatschappelijke kosten van verkeersongevallen verlaagt.
De open data van Transport for London heeft via de honderden apps die hieruit zijn voortgekomen minstens £43 miljoen aan ontwikkelingskosten bespaard en is daarmee een goed voorbeeld van de grote economische voordelen die open data teweeg kan brengen via innovaties (Hogge, 2016). TfL is de lokale overheidsinstantie die verantwoordelijk is voor de uitvoering en het beheer van vervoersdiensten in de stad, met 24 miljoen reizen die elke dag worden gemaakt. De TfL neemt niet alleen de treinen, metro’s, trams en kabelbanen onder haar hoede, maar ook taxi’s en huurauto’s, verkeerslichten en alle wegen in en rondom de stad. Kortom, de transportdienst beschikt over een enorm data bestand.
Emer Coleman startte het initiatief London Datastore, een platform dat open data aanbiedt. “Het was waarschijnlijk dat de overheid veel overheidsgeld zou uitgeven om te proberen apps te ontwerpen die niet aan de vraag van de consument zouden voldoen. De inkomsten die zouden worden gegenereerd, zouden beperkt zijn. Terwijl het domino-effect voor de reiziger [van het vrijgeven van de gegevens] enorm zou zijn, wat zich zou weerspiegelen op TfL. En dat is ook gebeurd” (Hogge, 2016).
Zo is de app CityMapper ontwikkeld, waarmee reizigers gratis up-to-date informatie geeft over transportopties. CityMapper is slechts een voorbeeld van de 362 apps die tot stand zijn gekomen uit de TfL open data (Hogge, 2016). Buiten de £43 miljoen aan ontwikkelingskosten waarop is bespaard door TfL door hun data vrij te geven is er door Deloitte (2017) ook onderzoek gedaan naar hoeveel de open data reizigers uiteindelijk heeft bespaard aan reistijd. Hiervoor is een inschatting gemaakt van het aantal bespaarde reisuren en de gemiddelde waarde van een uur. De uitkomst was dat met het gehele gebruik van alle apps die zijn voortgekomen uit de TfL open data, er tussen £15 en £58 miljoen is bespaard.
De applicatie Zonopjebakkes, opgezet door drie jonge Amsterdammers, is een platform dat zonnige (of juist niet zonnige) terrasjes, openbare wc’s, waterpunten en schuilplekken weergeeft op de kaart. Zij hebben de app in 2022 ontwikkeld op basis van open overheidsdata.
De app maakt het onder andere voor personen met bepaalde gezondheidsproblemen makkelijker om naar buiten te gaan. Zo kunnen mensen met blaasproblemen die normaal wellicht niet zo snel een lange wandeling gaan maken openbare wc’s lokaliseren via het platform. Verder is het voor horecagelegenheden ook een kans om even vanuit een andere hoek meer bekendheid te verwerven.
Een van de oprichters, Paul Lodder, geeft aan dat open data essentieel is geweest voor het tot stand komen van het project. “Dat ik dit zonne-algoritme als hobbyprojectje kon ontwikkelen was enkel mogelijk omdat alle nodige data openbaar was”. De app is gebaseerd op 3DBAG; een open dataset met 3D gebouwmodellen die verscheen in april 2024. 3DBAG is weer gebaseerd op verschillende open datasets van de overheid, namelijk de BAG, het Actuele Hoogtebestand van Nederland (AHN) en TOP10NL. En daarnaast de dataset met alle verleende exploitatievergunningen voor horecaterrassen in Amsterdam en Groningen.
De app is ooit gestart als een handige tool onder vrienden, maar groeide uit tot een groot succes nadat de oprichters een LinkedIn bericht erover deelde. Waar ze eerst alleen horecaterrassen uit Amsterdam en Groningen konden delen, zijn er inmiddels 4000 terrassen toegevoegd door gebruikers zelf in het hele land middels crowdsourcing. Het aantal gebruikers van de tool geeft aan dat er een grote behoefte is aan deze informatie die via de app Op je bakkes op een gebruiksvriendelijke manier ter beschikking wordt gesteld aan een breed publiek. Dit voorbeeld laat ook zien dat het openbaren van de data niet alle mogelijke toepassingen ervan kan overzien van tevoren en dat het dus ook geen vereiste hoeft te zijn om data beschikbaar te stellen voor hergebruik. (interview Paul Lodder, 8 oktober 2024)
BurgerparticipatieIn het Nederlandse beleid wordt burgerparticipatie expliciet aangemerkt als een van de centrale doelstellingen van een open overheid. In het Actieplan Open Overheid 2023–2027, dat voortkomt uit het internationale Open Government Partnership (OGP), vormt participatie een van de drie kernwaarden, naast transparantie en integriteit. Het actieplan stelt dat open overheidsinformatie moet bijdragen aan het actief meedenken en meedoen van burgers en maatschappelijke organisaties. Open overheidsinformatie, vooral open data, vormt een essentiële voorwaarde voor burgerparticipatie. Zonder toegang tot relevante informatie kunnen burgers immers geen inhoudelijke bijdrage leveren, geen weloverwogen feedback geven en ook geen invloed uitoefenen op beleid. Openbaarheid vormt daarmee een basisvoorwaarde voor gelijkwaardige betrokkenheid.
In Nederland wordt internetconsultatie vanaf 2011 ingezet bij wetgevingsprocessen via www. internetconsultatie.nl. Inmiddels is dit een vast onderdeel van de voorbereiding van wetgeving en wordt het steeds vaker gebruikt, ook bij beleidsnota’s, evaluaties en herziening van bestaande wetten. In 2022 vonden circa 300 consultaties plaats. Departementale medewerkers zien internetconsultatie als waardevol: het bereikt een breder publiek en leidt tot betere regelgeving. Toch is er ook nog ruimte voor verbetering, aangezien burgers en professionals nog steeds zelf moeten achterhalen wat er met hun inbreng is gebeurd (Enthoven en Bergeijk, 2023).
In meer geavanceerde vormen van participatie wordt gestreefd naar co-creatie en partnerschap tussen burgers en overheid. Een voorbeeld hiervan is het platform Decidim, dat hieronder uitgebreider wordt besproken. Hier is de participatie niet alleen adviserend, maar ook invloedrijk: burgers kunnen beleidsvoorstellen indienen, bespreken en samen vormgeven op basis van gedeelde open data. Zulke voorbeelden laten zien dat open overheidsinformatie, mits goed ingebed, daadwerkelijk kan leiden tot een bijdrage van burgers in de totstandkoming van beleid.
De Participatieladder.
Bron: Communicatiekrachten.nl
Decidim is een open-source digitaal platform, ontwikkeld door de lokale overheid van Barcelona om burgerparticipatie te bevorderen (Open Government Partnership, 2022). Het stelt burgers in staat om mee te beslissen over beleidsvorming, stadsontwikkeling en andere publieke zaken. Het platform faciliteert de interactie tussen de lokale overheid en burgers via online debatten. Burgers kunnen ideeën en projecten indienen om de stad te verbeteren, die vervolgens worden besproken en ondersteund via stemmen. Burgers kunnen verder de uitvoering van aangenomen voorstellen volgen en ambtenaren verantwoordelijk houden.
Open overheidsdata speelt een cruciale rol bij het waarborgen van transparantie binnen Decidim. De beschikbaarheid van overheidsgegevens, zoals budgetten en milieu-indicatoren, maakt dat burgers beter geïnformeerde beslissingen kunnen nemen en constructief kunnen bijdragen aan beleidsvoorstellen en discussies.
Burgers in Barcelona werden betrokken bij de coproductie van het Strategisch Plan van de stad. In totaal namen 39.000 burgers deel, werden ruim 10.000 voorstellen gedaan en 165.000 steunbetuigingen verzameld (Barandiaran, Calleja-López, Monterde, & Romero, 2024). Uiteindelijk werden 8.160 voorstellen (75% van het totaal) geaccepteerd en opgenomen in actieplannen en projecten voor het definitieve strategische plan (Aragón et al., 2023). De uitvoering van alle voorstellen werd gedurende vier jaar gevolgd met behulp van het verantwoordingsmodule van Decidim.
Het platform wordt inmiddels door meer dan 30 landen, 450 instanties en 3,2 miljoen mensen gebruikt. Grote steden waar het platform is gebruikt zijn onder andere Barcelona, New York, Tokyo, Mexico Stad, Rosario, Helsinki, Brussel en Monterrey.
Het platform Pol.is laat zien hoe open overheidsinformatie kan bijdragen aan zinvolle vormen van burgerparticipatie. Pol.is is een open-source deliberatietool, ontwikkeld om grootschalige, digitale consultaties te ondersteunen. Deelnemers reageren op beleidsgerelateerde stellingen, kunnen eigen standpunten toevoegen en elkaars bijdragen beoordelen. Via machine learning worden de reacties geanalyseerd en realtime gevisualiseerd, waardoor inzicht ontstaat in waar binnen het debat consensus groeit en waar meningsverschillen blijven bestaan. Door het ontbreken van een reply-knop en de focus op stellingname in plaats van discussie, wordt polarisatie beperkt en krijgen brede maatschappelijke inzichten voorrang.
Wat Pol.is onderscheidt, is de wijze waarop open data wordt gebruikt om deze publieke dialogen inhoudelijk te voeden. Beleidsvraagstukken worden ingebed in feitelijke informatie, bijvoorbeeld mobiliteitscijfers, arbeidsdata of economische statistieken, waardoor burgers hun inbreng baseren op een gedeelde informatiebasis. In Taiwan is dit model systematisch toegepast binnen het vTaiwan- initiatief.
Op het piekmoment namen 200.000 burgers deel aan digitale consultatie via Pol.is op het platform vTaiwan, wat zich vertaalt naar ongeveer 1% van de Taiwanese bevolking. Er werden gedetailleerde beraadslagingen gehouden over 28 onderwerpen, waarvan 80% leidde tot beleidsverandering of wetgevingsaanpassingen (Weyl, Tang & The Plurality Community, 2023). De inzet van open beleidsdata in deze processen bleek essentieel om draagvlak te creëren en besluitvorming te legitimeren. De toepassing van Pol.is in Taiwan biedt daarmee een goed voorbeeld van hoe open data de kans biedt om burgerparticipatie zowel te faciliteren als te versterken en structureel te integreren in beleidsprocessen.